Home

Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:268, LEE 24/3571

Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:268, LEE 24/3571

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29 januari 2026
Datum publicatie
11 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:268
Zaaknummer
LEE 24/3571
Relevante informatie
Art. 1 EP EVRM, Art. 14 EVRM, Art. 2.17 Wet IB 2001, Art. 5a AWR

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de door eiser ingenomen beroepsgronden (met uitzondering van zijn grief ten aanzien van het verplichte fiscaal partnerschap) vallen onder de reikwijdte van geformuleerde rechtsvraag in de ‘massaal bezwaar plus-procedure’. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank hierover niet kan en mag oordelen. De rechtbank is verder van oordeel dat het fiscaal partnerschap niet in strijd is met internationale verdragen of Europees recht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/3571


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren /kantoor Arnhem, de inspecteur

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 8 augustus 2024.

1.1.

De inspecteur heeft het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2018 geheel afgewezen.

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser gesplitst. De inspecteur heeft geen uitspraak gedaan op het deel dat meeloopt in de ‘massaal bezwaar plus-procedure’ en de overige punten van het bezwaar afgewezen.

1.3.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

Beide partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 12 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door [medewerker belastingdienst] . Het beroep is op de zitting gelijktijdig behandeld met de beroepen van eiser met zaaknummer LEE 23/4639 en LEE 23/3521.

Feiten

2. Eiser is samenwonend met [partner] (de partner). Gedurende het gehele jaar staan eiser en zijn partner op hetzelfde woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen. Voor het belastingjaar 2017 hebben eiser en zijn partner elkaar aangegeven als fiscaal partner. Voor het belastingjaar 2018 zijn eiser en zijn partner ook als fiscaal partners aangemerkt.

2.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 17 oktober 2019 aan eiser voor het jaar 2018 een aanslag IB/PVV opgelegd conform de door eiser ingediende aangifte. De aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 112.960 en een grondslag sparen en beleggen (box 3) van € 1.497.993, waarvan aan eiser een aandeel van

€ 1.151.895 in aanmerking is genomen. .

2.2.

Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen de aanslag IB/PVV 2018.

2.3.

Eiser heeft op 23 november 2023 op grond van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (het Kerstarrest)1 verzocht om herziening van het box 3 inkomen ten aanzien van zijn aanslag IB/PVV 2018.

2.4.

Bij brief van 18 april 2024 heeft de inspecteur t dit verzoek afgewezen. In deze brief staat de volgende passage opgenomen:

“(…) Op 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst aangekondigd dat er voor degenen die geen ( tijdig) bezwaar hebben gemaakt voor de jaren 2017- 2020 een procedure 'massaal bezwaar plus' wordt ingericht. In deze procedure wordt aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd of deze belanghebbenden alsnog in aanmerking komen voor rechtsherstel. De uitkomst van de procedure geldt voor de jaren 2017- 2020. U doet automatisch mee en u hoeft voor deze jaren geen bezwaar of verzoek meer in te dienen. (…)”

2.5.

De inspecteur heeft op 8 augustus 2024 uitspraak op bezwaar gedaan, waarin hij aangeeft het bezwaar te hebben gesplitst. De inspecteur heeft geen uitspraak gedaan op het deel dat meeloopt in de ‘massaal bezwaar plus-procedure’ en de overige punten van het bezwaar afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep