Home

Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:34, LEE 25/1180

Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:34, LEE 25/1180

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15 januari 2026
Datum publicatie
16 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:34
Zaaknummer
LEE 25/1180
Relevante informatie
Art. 15, lid 1, onderdeel a, Wet OB 1968, Art. 67c AWR, Art. 6 EVRM

Inhoudsindicatie

OB, naheffingsaanslag + verzuimboete, niet aangegeven omzet, ten onrechte nultarief wegens vermeende ICL toegepast en teveel voorbelasting in mindering gebracht, ongegrond, verzuimboete verminderd wegens undue delay

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1180


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam] , uit [Z] , eiser

(gemachtigde: J. Varwijk),

en

de inspecteur van de Belastingdienst MKB/kantoor Leeuwarden, de inspecteur

(gemachtigde: [gemachtigde inspecteur] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 29 november 2024.

1.1.

De inspecteur heeft aan eiser voor het tijdvak 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 63.194.

1.2.

Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur eiser € 2.938 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en aan eiser een verzuimboete van € 5.514 opgelegd.

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser gegrond verklaard. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 43.099. De belastingrentebeschikking is verminderd tot € 2.004 en de verzuimboete is verminderd tot € 4.309.

1.4.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De inspecteur heeft een nader stuk overgelegd.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Namens de inspecteur is diens gemachtigde verschenen, bijgestaan door [persoon 1] . De gemachtigde van eiser is – zonder bericht van verhindering – niet op zitting verschenen. De gemachtigde procedeert vrijwillig digitaal bij de rechtbank. De griffier van de rechtbank heeft op 17 september 2025 in het digitale dossier van eiser een bericht geplaatst waarbij eiser onder vermelding van tijd en plaats is uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zitting op 8 december 2025. Van de vrijgave van dit bericht in het digitale dossier is op hetzelfde tijdstip een geautomatiseerd notificatiebericht gestuurd aan het door de gemachtigde voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de rechtbank aan dat de gemachtigde de uitnodiging voor de zitting op 17 september 2025 heeft ontvangen.1 De gemachtigde is dus tijdig en op de juiste wijze uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De rechtbank heeft de zitting daarom doorgang laten vinden.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep