Home

Rechtbank Noord-Nederland, 12-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:363, LEE 25/1866

Rechtbank Noord-Nederland, 12-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:363, LEE 25/1866

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12 februari 2026
Datum publicatie
26 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:363
Zaaknummer
LEE 25/1866
Relevante informatie
Art. 5.17 Wet IB 2001, Art. 6.8 Wet IB 2001, Art. 10a.9 Wet IB 2001, Art. 32 Uitv reg IB 2001

Inhoudsindicatie

De eiser in deze procedure heeft in 2010 aan zijn zoon een zogenaamde Tanta Agaath-lening verstrekt. Onder voorwaarden kan de kwijtschelding van zo'n lening voor eiser een persoonsgebonden aftrekpost opleveren. Daarvoor is vereist dat ten tijde van de kwijtschelding de lening niet meer voor verwezenlijking vatbaar is. Of dat het geval is wordt op verzoek door de inspecteur bij beschikking vastgesteld.

Deze procedure gaat over zo'n beschikking. In dit geval heeft de inspecteur het kwijtgescholden gedeelte van de geldlening dat niet meer voor verwezenlijking vatbaar vastgesteld op nihil. De kwijtschelding levert dan geen persoonsgebonden aftrekpost op.

De rechtbank beoordeelt in deze procedure of de inspecteur bevoegd de uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de inspecteur het kwijtgescholden gedeelte van de geldlening dat niet meer voor verwezenlijking vatbaar is, terecht op nihil heeft vastgesteld. Ook beoordeelt de rechtbank of de inspecteur het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden.

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur bevoegd was om de uitspraak op bezwaar te doen. De rechtbank oordeelt ook dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het kwijtgescholden deel van de lening niet meer voor verwezenlijking vatbaar was. De inspecteur heeft daarom terecht vastgesteld dat het niet meer voor verwezenlijking vatbare kwijtgescholden gedeelte van de lening nihil is. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel niet zijn geschonden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1866


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.P. Flinterman),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/MKB/kantoor Groningen, de inspecteur

(gemachtigde: drs. [naam 1] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 mei 2025.

1.1.

De inspecteur heeft met datum 8 juli 2024 bij beschikking het kwijtgescholden gedeelte van de geldlening dat niet meer voor verwezenlijking vatbaar is als bedoeld in artikel 6.8, derde lid Wet IB 20011 vastgesteld op nihil (de beschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

1.3.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door mr. [naam 2] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep