Home

Rechtbank Noord-Nederland, 05-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:364, LEE 23/3521 en LEE 23/4639

Rechtbank Noord-Nederland, 05-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:364, LEE 23/3521 en LEE 23/4639

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
5 februari 2026
Datum publicatie
11 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:364
Zaaknummer
LEE 23/3521 en LEE 23/4639
Relevante informatie
Art. 5.1 Wet IB 2001, Art. 5.2 Wet IB 2001, Art. 2.17 Wet IB 2001, Art. 14 EVRM

Inhoudsindicatie

IB/PVV box 3-heffing 2020 en 2021. Eiser stelt dat er geen wettelijke grondslag of geen terugwerkende kracht geldt voor de heffing over zijn box 3. De rechtbank volgt hem niet in deze stelling en is verder van oordeel dat eiser niet aan zijn bewijslast, dat zijn werkelijk genoten rendement lager is dan het forfaitair rendement zoals vastgesteld op de verminderingsbeschikking, heeft voldaan. Eiser neemt bij het invullen van de formulieren OWR 2020 en 2021 voor beide jaren het onjuiste standpunt in dat er geen rekening dient te worden gehouden met het ongerealiseerde rendement. Ook is de rechtbank van oordeel dat het fiscaal partnerschap niet in strijd is met internationale verdragen of Europees recht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 23/3521 en LEE 23/4639

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 5 februari 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit Noordscheschut, eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren /kantoor Arnhem, de inspecteur

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de minister van Justitie en Veiligheid (de minister).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 11 juli 2023 en 5 september 2023.

Zaaknummer 23/3521 (belastingjaar 2020)

1.1.

De inspecteur heeft aan eiser voor het jaar 2020 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 138.673 en een grondslag sparen en beleggen van € 1.573.630. Het aandeel grondslag sparen en beleggen dat aan eiser is toegekend is

€ 1.573.630.

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser gedeeltelijk toegewezen. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 138.673 en een grondslag sparen en beleggen van € 1.394.179. Het aandeel grondslag sparen en beleggen dat aan eiser is toegekend is € 1.161.588.

Zaaknummer 23/4639 (belastingjaar 2021)

1.3.

De inspecteur heeft aan eiser voor het jaar 2021 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 183.118 en een grondslag sparen en beleggen van € 2.254.421. Het aandeel grondslag sparen en beleggen dat aan eiser is toegekend is € 1.832.457.

1.4.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser afgewezen. De inspecteur heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.

Alle zaaknummers

1.5.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.6.

De rechtbank heeft de beroepen op 12 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door [medewerker Belastingdienst] .

1.7.

In samenspraak met partijen heeft de rechtbank besloten om het onderzoek ter zitting te schorsen in de zaken LEE 23/4639 en LEE 23/3521. Eiser heeft hierbij de gelegenheid gekregen om aanvullende stukken aan te leveren. Eiser heeft aanvullende stukken aangeleverd op 19 september 2025. De inspecteur heeft op 6 oktober 2025 gereageerd op de aanvullende stukken.

1.8.

De rechtbank heeft op 10 oktober 2025 het onderzoek, met toestemming van beide partijen, zonder nadere zitting gesloten.

Feiten

Alle zaaknummers

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2.1.

Eiser is samenwonend met [partner] (de partner). Gedurende het gehele jaar staan eiser en zijn partner op hetzelfde woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen. Voor de betreffende belastingjaren zijn eiser en zijn partner als fiscaal partners aangemerkt. Ook voor het belastingjaar 2019 zijn eiser en zijn partner aangemerkt als fiscaal partner.

Zaaknummer 23/3521 (belastingjaar 2020)

2.2.

Eiser heeft op 30 maart 2021 zijn aangifte IB/PVV 2020 op papier ingediend. In deze aangifte heeft eiser onder meer een aandeel grondslag sparen en beleggen van € 1.161.588 opgegeven.

De inspecteur heeft aan eiser op 9 december 2022 conform de ingediende aangifte een aanslag IB/PVV 2020 opgelegd naar een aandeel grondslag sparen en beleggen van

€ 1.573.630. Het forfaitair rendement bedraagt van 1,580 % en het voordeel uit sparen en beleggen € 24.863.

2.3.

Bij brief van 13 december 2022 (ontvangen door de inspecteur op 15 december 2022) heeft eiser bezwaar gemaakt tegen zijn aanslag. De inspecteur heeft bij brief van 11 juli 2023 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar met inachtneming van het kerstarrest gegrond verklaard. Uit de door de inspecteur opgestelde verminderingsaanslag IB/PVV 2020 blijkt een aandeel grondslag sparen en beleggen van € 1.161.588. En het forfaitair rendement bedraagt 1,130% en het voordeel uit sparen en beleggen is berekend op € 13.125.

2.4.

Op 19 september 2025 heeft de rechtbank van eiser een onderbouwing van zijn werkelijk rendement ontvangen door middel van een ingevuld formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement 2020’ (formulier OWR 2020). Eiser heeft in dit formulier een totaal gezamenlijk werkelijk rendement over 2020 van € 14.873 opgegeven.

Zaaknummer 23/4639 (belastingjaar 2021)

2.5.

Eiser heeft op 4 april 2022 zijn aangifte IB/PVV 2021 ingediend. In deze aangifte heeft eiser onder meer een aandeel grondslag sparen en beleggen van € 1.832.457 opgegeven.

2.6.

De inspecteur heeft aan eiser conform de ingediende aangifte een aanslag

IB/PVV 2021 opgelegd naar een aandeel grondslag sparen en beleggen van € 1.832.457. Het forfaitair rendement bedraagt van 2,780 % en het voordeel uit sparen en beleggen € 50.942.

2.7.

Bij brief van 11 mei 2023 (ontvangen door de inspecteur op 12 mei 2023) heeft eiser bezwaar gemaakt tegen zijn aanslag. De inspecteur heeft op 5 september 2023 het bezwaar van eiser afgewezen. De aanslag IB/PVV 2021 en het voordeel uit sparen en beleggen is daarbij in stand gelaten.

2.8.

In de beroepsfase heeft de inspecteur een verminderingsaanslag IB/PVV 2021 opgelegd, omdat bij het vaststellen van de aanslag ten onrechte slechts éénmaal het heffingvrij vermogen is meegenomen. De verminderingsaanslag is opgelegd naar een aandeel grondslag sparen en beleggen van € 1.782.457. Het gezamenlijk forfaitair rendement van eiser en zijn partner bedraagt € 59.892.

2.9.

Op 19 september 2025 heeft de rechtbank van eiser een onderbouwing van zijn werkelijk rendement ontvangen door middel van een ingevuld formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement 2021’ (formulier OWR 2021). Eiser heeft in dit formulier een totaal gezamenlijk werkelijk rendement over 2021 van € 36.285 opgegeven.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep