Rechtbank Noord-Nederland, 17-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:402, LEE 25/1630
Rechtbank Noord-Nederland, 17-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:402, LEE 25/1630
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 februari 2026
- Datum publicatie
- 3 maart 2026
- Zaaknummer
- LEE 25/1630
- Relevante informatie
- Art. 29 Wet OB 1968, Art. 31 Wet OB 1968, Wet OB 1968
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de inspecteur terecht een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting heeft afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het verzoek terecht heeft afgewezen omdat eiser niet aannemelijk maakt dat aan de voorwaarden voor een teruggaaf van omzetbelasting is voldaan.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1630
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de inspecteur van de Belastingdienst, Midden- en Kleinbedrijf, kantoor Almere, de inspecteur
(gemachtigde: mr. [naam 1] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 4 april 2025.
De inspecteur heeft bij beschikking met datum 12 juli 2024 het terug te geven bedrag aan omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2023 vastgesteld op nihil (de teruggaafbeschikking).
De inspecteur heeft het bezwaar van eiser afgewezen.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door mr. [naam 2] . Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Tegelijk met zijn afmelding heeft eiser een pleitnota overgelegd. De inspecteur heeft op de zitting een pleitnota overgelegd.
Feiten
Eiser heeft aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2023 gedaan. In deze aangifte heeft eiser over dit kwartaal € 1 aan verschuldigde omzetbelasting aangegeven en € 20.000 aan aftrek van voorbelasting aangegeven. Per saldo heeft eiser daarom verzocht om een teruggave van omzetbelasting van € 19.999 (het teruggaafverzoek).
Omdat de inspecteur niet gebleken is dat aan de voorwaarden voor de aftrek van voorbelasting is voldaan, heeft hij de voorbelasting geheel gecorrigeerd. De inspecteur heeft de teruggaafbeschikking vastgesteld op nihil (1.1.).
Tot de dossierstukken behoort een brief met datum 5 maart 2012 waarin
[naam 3] namens de inspecteur een weergave geeft van dat wat is besproken tijdens een gesprek met eiser op 29 februari 2012. In die brief staat – voor zover hier van belang – het volgende:
“In het gesprek van 29 februari 2012 heeft u aangegeven dat:
(…)
3 u ook een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de ambtshalve aanslag IB/PVV 2009
(…)
6. u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de opgelegde aanslagen Omzetbelasting over
de periode 2006 tot 2011
(…)
Ad 3
(…)
De vorderingen staande op de balans van 2002 op [naam 5] [voorletters] en boedel [naam 5] factuur 2001 zijn door de heer [naam 4] akkoord bevonden. Met u is afgesproken dat de afschrijving op de vorderingen in 2009 geaccepteerd zal worden. Over het vervolg op de vorderingen op [naam 5] [voorletters] en boedel [naam 5] factuur 2001 hebben wij afgesproken dat de afschrijving vanaf 2010 niet meer zal bedragen dan de aangegeven winst na aftrek van de ondernemersfaciliteiten.
Indien de vordering op [naam 5] [voorletters] en boedel [naam 5] factuur 2001 betaald wordt, zal de betaling worden afgeboekt op de balanspost. Indien de ontvangst van de vordering meer bedraagt dan de balanspost op dat moment zal het verschil als winst worden verantwoord. Wanneer de rechtelijke instantie een officiële uitspraak heeft gedaan en alle betrokken partijen zijn uitgeprocedeerd, is met u afgesproken dat u contact opneemt met de Belastingdienst om de fiscale afwikkeling te bespreken.
(…)
Ad 6
U heeft aangegeven dat over de afgelopen jaren nagenoeg geen omzet is geweest, enkel kosten gemaakt zijn. Vanaf 2011 begint uw bedrijf weer inkomsten te genereren. Om praktische reden is met u afgesproken dat de opgelegde systeemaanslagen Omzetbelasting van 2006 tot en met 2010 worden teruggebracht tot nihil. Met betrekking tot 2011 worden de systeemaanslagen over het eerste en tweede kwartaal verminderd tot nihil. Over het derde kwartaal 2011 is geen aanlag opgelegd. Met betrekking tot het vierde kwartaal 2011 is afgesproken dat u aangifte zult doen. Deze aangifte dient u digitaal aan te leveren. De codes zullen u binnen 10 werkdagen na dagtekening van deze brief worden toegezonden. Over het gehele jaar 2011 dient u vervolgens een suppletie aangifte te doen.”