Rechtbank Oost-Brabant, 29-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5206, 20/3374
Rechtbank Oost-Brabant, 29-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5206, 20/3374
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 november 2022
- Datum publicatie
- 13 december 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:5206
- Zaaknummer
- 20/3374
Inhoudsindicatie
WOZ. Supermarkt in Beek en Donk. Huurwaardekapitalisatiemethode. De heffingsambtenaar maakt met de gebruikte huur- en verkooptransacties de huurwaarde en de kapitalisatiefactor, en daarmee de waarde van de supermarkt, aannemelijk. Beroep ongegrond. Toekenning van verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn met vermelding van relevante jurisprudentie van de HR.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 20/3374
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2022 in de zaak tussen
[eiseres] . uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: [naam] ).
en
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van een supermarkt aan het [adres] in [vestigingsplaats] .
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld op € 1.444.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019 en geldt voor het kalenderjaar 2020. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2020 eigenarenheffing opgelegd.1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 22 oktober 2020 (de bestreden uitspraak) de waarde van de supermarkt en de daarop gebaseerde aanslag OZB gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Zowel eiseres als de heffingsambtenaar hebben nadere stukken ingebracht.
De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.