Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:934, 25/1254
Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:934, 25/1254
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 februari 2026
- Datum publicatie
- 3 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:934
- Zaaknummer
- 25/1254
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het lijkt erop dat eiser generatieve AI als ‘juridisch adviseur’ heeft ingeschakeld. Hij had beter iemand die ter zake kundig is om advies kunnen vragen, want dat had hem naast de kosten van de naheffingsaanslag ook de kosten van het griffierecht bespaard. De gepresenteerde argumenten zijn namelijk geen reden om de naheffingsaanslag te vernietigen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/1254
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T Klaassen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar terecht aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft op 9 april 2025 aan [naam] een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 81,70 opgelegd (de naheffingsaanslag), bestaande uit € 2,90 parkeerbelasting en € 78,80 naheffingskosten.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag.
Met de uitspraak op bezwaar van 29 april 2025 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiser heeft op het verweerschrift gereageerd met een conclusie van repliek.
De heffingsambtenaar heeft op de conclusie van repliek gereageerd met een conclusie van dupliek.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn1 om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.2