Rechtbank Rotterdam, 20-02-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2491, ROT 23/2809 t/m ROT 23/2816, ROT 23/2819, ROT 23/2821, ROT 23/2824, ROT 23/2827, ROT 23/2829 t/m ROT 23/2831, ROT 23/2834, ROT 23/2837 en ROT 23/2840
Rechtbank Rotterdam, 20-02-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2491, ROT 23/2809 t/m ROT 23/2816, ROT 23/2819, ROT 23/2821, ROT 23/2824, ROT 23/2827, ROT 23/2829 t/m ROT 23/2831, ROT 23/2834, ROT 23/2837 en ROT 23/2840
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 20 februari 2025
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:2491
- Zaaknummer
- ROT 23/2809 t/m ROT 23/2816, ROT 23/2819, ROT 23/2821, ROT 23/2824, ROT 23/2827, ROT 23/2829 t/m ROT 23/2831, ROT 23/2834, ROT 23/2837 en ROT 23/2840
Inhoudsindicatie
Kostenverhaal bij de naheffing van parkeerbelasting. Perceptiekosten en kosten voor wielklem en wegslepen, niet-geïnde naheffingsaanslagen. De rechtbank concludeert dat de gemeente Rotterdam de kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag niet te hoog heeft vastgesteld in de Verordening voor 2021 en 2022. In een drietal zaken is het beroep gegrond, vanwege schending van artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet bij de toepassing van een “stop en shop” tarief. Daarnaast wordt in een aantal zaken immateriële schadevergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 23/2809 t/m ROT 23/2816, ROT 23/2819, ROT 23/2821, ROT 23/2824, ROT 23/2827, ROT 23/2829 t/m ROT 23/2831, ROT 23/2834, ROT 23/2837 en ROT 23/2840
[naam eiser] , uit Rotterdam, eiser
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam
(gemachtigden: [persoon A] , [persoon B] , [persoon C] en [persoon D] ),
en