Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-02-2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1451, AWB-13_4825

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-02-2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1451, AWB-13_4825

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28 februari 2014
Datum publicatie
3 april 2014
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2014:1451
Formele relaties
Zaaknummer
AWB-13_4825

Inhoudsindicatie

Volgens belanghebbende moet het in onderdeel 7.3.5 van de tarieventabel bij de legesverordening bepaalde worden gezien als een alomvattende, unieke, regeling voor monumentenpanden, waardoor alle andere bepalingen betreffende activiteiten die van gemeentewege zijn verricht buiten beschouwing dienen te blijven. De rechtbank acht dit onjuist. Er is geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

Uitspraak

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 13/4825

uitspraak van 28 februari 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , domicilie kiezende te Breda,

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Woudrichem,

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de heffingsambtenaar van 24 juli 2013 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag leges (aanslagnummer [aanslagnummer]).

Zitting

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

1 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van een boerderij, gelegen aan de [adres] te [plaats X] (hierna: de boerderij). De boerderij heeft de status van Rijksmonument. Belanghebbende heeft voor het project ‘restaureren en uitbreiden boerderij’ een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag omgevingsvergunning is aan belanghebbende een bedrag van € 13.463,20 aan leges in rekening gebracht. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen:

€ 9.095,00

Voor toetsing aan welstandcriteria door de Monumentencommissie bij een bouwsom van 20.001,- tot en met 500.000:

€ 212,50

Voor toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wabo (buitenplanse grote afwijking i.v.m. planologisch strijdig gebruik)

€ 3.019,85

Voor een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens de Provinciale verordening of de Monumentenverordening 1991 aangewezen monument:

€ 191,80

Beoordeling akoestisch onderzoek geluidsbelasting:

€ 354,55

Beoordeling Milieukundig bodemrapport:

€ 354,55

Beoordeling Plannen van aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek:

€ 234,95

Totaal

€ 13.463,20

2.2.

Het tegen de aanslag leges ingediende bezwaar is bij uitspraak op bezwaar van 24 juli 2013 ongegrond verklaard.

2.3.

In geschil is de hoogte van de aan belanghebbende in rekening gebrachte leges. Niet in geschil is dat belanghebbende op basis van de Verordening leges 2012 van de gemeente Woudrichem (hierna: de verordening) leges is verschuldigd ter zake van het in behandeling nemen van de aanvraag omgevingsvergunning.

2.4.

De tarieventabel behorende bij de verordening luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Omgevingsvergunning

7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

7.3.1

Bouwactiviteiten

7.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2,14% van de bouwkosten met een minimum van € 214,00

7.3.2

Verhoging in verband met toetsing aan welstandcriteria

Indien voor het bouwplan toetsing aan welstandcriteria als bedoeld in artikel 12 van de Woningwet moet plaatsvinden wordt het tarief als berekend overeenkomstig 7.3.1 als volgt verhoogd:

7.3.2.2 Bij een bouwsom van € 20.001,-- tot en met € 500.000,--, per bouwplan: 0,05% van die bouwsom met een minimum van: € 157,25

(…)

7.3.3

Planologisch strijdig gebruik

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, bedraagt het tarief:

7.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 3.019,85

(…)

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

7.3.5.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening 1991 aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: € 191,80

Beoordeling van onderzoeken

7.3.14

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief:

7.3.14.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 354,55

7.3.14.2 voor de beoordeling van een akoestisch onderzoek naar geluidsbelasting: € 354,55

(…)

7.3.14.5 voor de beoordeling van plannen van aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek: € 234,95”

2.5.

Belanghebbende stelt dat aan hem enkel het tarief van € 191,80 van onderdeel 7.3.5 van de tarieventabel in rekening gebracht kan worden, in plaats van tevens de overige onder 2.1 genoemde tarieven. Belanghebbende voert daarbij aan dat nergens is vermeld dat het om een aanvullend tarief gaat.

2.6.

Volgens belanghebbende moet het in onderdeel 7.3.5 bepaalde worden gezien als een alomvattende, unieke, regeling voor monumentenpanden, waardoor alle andere bepalingen betreffende activiteiten die van gemeentewege zijn verricht buiten beschouwing dienen te blijven. De rechtbank overweegt hierover als volgt. In de context van de verordening fungeert onderdeel 7.3 als de kapstok waaraan de andere bepalingen van het hoofdstuk “Omgevingsvergunning” zijn opgehangen. Die context laat geen andere conclusie toe dan dat de onderdelen 7.3.1 en volgende een verbijzondering vormen van het in 7.3 neergelegde uitgangspunt. Het in onderdeel 7.3.5 bepaalde kan dan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezien als de alomvattende, unieke, regeling voor monumentenpanden, waardoor de overige gemaakte kosten buiten beschouwing dienen te blijven.

2.7.

Ook is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Uit de verordening blijkt namelijk voldoende duidelijk dat voor de extra toetsen die in verband met de vergunningaanvraag moeten worden uitgevoerd, afzonderlijk leges zijn verschuldigd. Ook de daarvoor in rekening te brengen tarieven en de verordening zijn voor belanghebbende voldoende kenbaar gemaakt. In zoverre faalt de stelling van belanghebbende. Nu de rechtbank ook niet is gebleken dat de verordening op andere punten onjuist is toegepast, is de rechtbank van oordeel dat de aanslag leges tot een juist bedrag is opgelegd.

2.8.

Indien en voor zover belanghebbende stelt dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is, omdat andere gemeenten in soortgelijke gevallen geen leges heffen, faalt deze stelling. Voor schending van het gelijkheidsbeginsel dient sprake te zijn van feitelijk en rechtens gelijke gevallen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan geen sprake, nu elke gemeente haar eigen verordening vaststelt en niet is gesteld of gebleken dat in dit geval de gemeente daarmee buiten haar wettelijke bevoegdheden is getreden.

2.9.

Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

2.10.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 28 februari 2014 door mr. D. Hund, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.