Ga verder naar content

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-09-2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:6376, AWB - 14 _ 5955

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-09-2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:6376, AWB - 14 _ 5955

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 september 2015
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2015:6376
Zaaknummer
AWB - 14 _ 5955
Relevante informatie
Wet inkomstenbelasting 2001 8.15

Inhoudsindicatie

Geen recht op alleenstaande ouderkorting. Verzoek tot echtscheiding in december 2012 ingediend bij de rechtbank. Ingevolge artikel 5a AWR heeft belanghebbende dan pas vanaf december 2012 geen partner meer. Geen aanvullende alleenstaande ouderkorting.

Uitspraak

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer AWB 14/5955

uitspraak van 4 september 2015

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 27 augustus 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de voor het jaar 2012 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv), aanslagnummer [aanslagnummer].H.26.01.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2015 te Roermond.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn ex-echtgenote [A] en namens de inspecteur [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende was gehuwd met [A]. Op 23 april 2012 is zijn echtgenote op een ander adres gaan wonen. Zijn minderjarige dochter [B] is op zijn adres aan de [adres] te [woonplaats] blijven wonen. In december 2012 hebben belanghebbende en [A] een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank.

2.2.

In de aangifte ib/pvv 2012 heeft belanghebbende verzocht om de alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting. Bij de vaststelling van de aanslag ib/pvv 2012 zijn de (aanvullende) alleenstaande ouderkortingen gecorrigeerd.

2.3.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de onderhavige aanslag. Bij uitspraak op bezwaar is de aanslag gehandhaafd.

2.4.

In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende in aanmerking komt voor (aanvullende) alleenstaande ouderkortingen.

2.5.

Ingevolge het eerste lid van artikel 8.15 Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) geldt de alleenstaande ouderkorting voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden:

a. geen partner heeft;

b. een huishouding voert met een kind dat in belangrijke mate door hem onderhouden wordt en op hetzelfde woonadres als belastingplichtige staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, en

c. deze huishouding voert met geen ander dan kinderen waarvan de jongste bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt.

2.6.

In het eerste en vierde lid van artikel 5a AWR is bepaald dat als partner wordt aangemerkt (voor zover van belang) de echtgenoot, tenzij een verzoek als bedoeld in artikel 150, respectievelijk artikel 169 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek tot echtscheiding, respectievelijk tot scheiding van tafel en bed is ingediend, en

hij/zij niet meer op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende administratie buiten Nederland staat ingeschreven als belastingplichtige.

2.7.

Vast staat dat pas in december 2012 een verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank. Gelet op artikel 5a AWR had belanghebbende dan tot die datum een partner met als gevolg dat hij niet in aanmerking komt voor de alleenstaande ouderkorting van artikel 8.15, lid 1, onderdeel a van de Wet IB. Dat zijn echtgenote reeds in april niet meer op zijn adres woonde, hij als alleenstaande ouder de zorg voor zijn dochter had en geen sprake is van misbruik, leidt niet tot een ander oordeel. Het staat de rechter immers krachtens artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen niet vrij om formele wetgeving te toetsen op haar grondwettigheid, respectievelijk de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen.

2.8.

Zoals de inspecteur ter zitting terecht heeft opgemerkt, is de aanvullende alleenstaande ouderkorting in 2012 afgeschaft. Nog los van het bovenstaande bestond daar dus in dat jaar sowieso geen recht op.

2.9.

Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond verklaard.

Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2015 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.H. van Heel, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.