Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-02-2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1329, BRE - 16 _ 4945 t/m 16_4948

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-02-2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1329, BRE - 16 _ 4945 t/m 16_4948

Inhoudsindicatie

Art. 6:22, 7:4, 8:42 en 8:55d Awb; art. 3.2, 3.8, 3.25, 3.30a en 8.12 Wet IB 2001; art 1 EP EVRM;

N.a.v. een boekenonderzoek m.b.t. de ondernemingen van belanghebbenden zijn aan hen navorderingsaanslagen IB opgelegd. Bij tussenuitspraak heeft de rechtbank o.m. geoordeeld dat de inspecteur uitspraken op bezwaar heeft gedaan. Er is geen aanleiding om terug te komen op die tussenuitspraak. Vanwege de schending van de hoorplicht en het motiveringsbeginsel is de bestuurlijke lus toegepast en zijn de uitspraken op bezwaar vernietigd. De rechtbank heeft de navorderingsaanslagen verminderd omdat diverse door belanghebbenden opgevoerde kosten (toch) als zakelijke kosten moeten worden aangemerkt. De rechtbank is onbevoegd om te oordelen over de toekenning van de nadere dwangsommen als bedoeld in art. 8:55d van de Awb.

Uitspraak

Belastingrecht, meervoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummers BRE 16/4945 tot en met 16/4948

uitspraak van 22 februari 2018

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[A] en [B], wonende te [woonplaats] ,

belanghebbenden,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbenden over de jaren 2012 en 2013 de volgende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd en bij gelijktijdige beschikkingen belastingrente in rekening gebracht:

Zaaknr.

Belanghebbende

Jaar

Aanslagnummer

Inkomen

box 1

Rente

16/4945

[A]

2012

[aanslagnummer] .H.27.01

€ 44.654

€ 664

16/4946

[A]

2013

[aanslagnummer] .H.37.01

€ 39.798

€ 431

16/4947

[B]

2012

[aanslagnummer] .H.27.01

€ 35.878

€ 678

16/4948

[B]

2013

[aanslagnummer] .H.37.01

€ 31.078

€ 447

1.2.

Tegen de in 1.1 genoemde navorderingsaanslagen en beschikkingen belastingrente hebben belanghebbenden bezwaar gemaakt.

1.3.

Belanghebbenden hebben beroep wegens het niet-tijdig beslissen op de bezwaren ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

1.4.

De inspecteur heeft bij beschikkingen voor elk bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslagen een dwangsom van € 1.260 aan belanghebbenden toegekend.

1.5.

Bij uitspraken van 24 mei 2016 – op diezelfde dag ook verzonden – heeft de rechtbank de in 1.3 vermelde beroepen gegrond verklaard en heeft zij de inspecteur gelast binnen vier weken na de dag waarop de uitspraken zijn verzonden te beslissen op de bezwaren van belanghebbenden tegen de navorderingsaanslagen, alle afzonderlijk op straffe van een dwangsom van € 100 per dag waarmee hij de hier genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000 in totaal.

1.6.

De inspecteur heeft bij geschriften van 21 en 22 juni 2016, waarbij is vermeld ‘Uitspraak op bezwaar’, de navorderingsaanslagen en de beschikkingen belastingrente verminderd.

1.7.

Belanghebbenden hebben daartegen bij faxberichten van 28 juli 2016 beroep ingesteld. Ter zake van deze beroepen heeft de griffier van belanghebbenden een griffierecht geheven van tweemaal € 46 (€ 46 per belanghebbende).

1.8.

De inspecteur heeft schriftelijk op de beroepschriften gereageerd.

1.9.

Belanghebbenden hebben nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de inspecteur.

1.10.

Partijen hebben toestemming gegeven aan de rechtbank om tussenuitspraken te doen zonder voorafgaande mondelinge behandeling van de zaken ter zitting. Bij tussenuitspraken van 20 september 2017 heeft de rechtbank geoordeeld dat het hoorrecht is geschonden en dat sprake is van een motiveringsgebrek in de uitspraken op bezwaar. De rechtbank heeft vervolgens de zogenoemde bestuurlijke lus in de zin van artikel 8:51a van de Awb toegepast. Daarbij is de inspecteur in de gelegenheid gesteld om belanghebbenden volgens de regels te horen en de rechtbank binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraken te berichten of en zo ja in hoeverre het hoorgesprek reden is voor wijziging van de uitspraken op bezwaar en daarbij gemotiveerd in te gaan op de bezwaren van belanghebbenden die niet in de uitspraken op bezwaar zijn behandeld. Verder is iedere beslissing aangehouden.

1.11.

Belanghebbenden hebben op 28 november 2017 gelegenheid gekregen tot inzage in de stukken op het kantoor van de Belastingdienst. Het hoorgesprek heeft op 11 december 2017 plaatsgevonden. De inspecteur heeft bij brief van 13 december 2017 aan de rechtbank onder meer gemeld dat het hoorgesprek hem geen aanleiding heeft gegeven om de uitspraken op bezwaar te wijzigen.

1.12.

Partijen hebben in de periode tussen de datum van de tussenuitspraken en het onderzoek ter zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.13.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2018 te Breda. Aldaar is verschenen en gehoord, belanghebbende [B] (hierna ook wel te noemen: [B] ), mede namens belanghebbende [A] (hierna ook wel te noemen: [A] ). Voor de overige verschenen personen en het verhandelde ter zitting verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal van de zitting waarvan een afschrift gelijktijdig met het afschrift van deze uitspraak aan partijen zal worden toegezonden.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.

Belanghebbenden drijven een tweetal ondernemingen, te weten een onderneming genaamd de maatschap [C] (hierna: [C] ) en een onderneming genaamd de vennootschap onder firma [D] (hierna: [D] ).

2.2.

In 2014 en 2015 heeft een boekenonderzoek door de Belastingdienst bij beide ondernemingen plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit boekenonderzoek is met dagtekening 21 oktober 2015 een controlerapport opgemaakt. In het rapport wordt geconcludeerd dat de winst uit de ondernemingen over 2012 moet worden verhoogd met een bedrag van € 40.822 en de winst over 2013 met een bedrag van € 38.061.

2.3.

Bij het opleggen van de navorderingsaanslagen heeft de inspecteur de winstcorrecties bij iedere belanghebbende voor de helft in aanmerking genomen als inkomen uit werk en woning en de MKB-winstvrijstelling dienovereenkomstig verhoogd.

2.4.

Bij de in 1.6 vermelde geschriften zijn de navorderingsaanslagen verminderd. Bij de navorderingsaanslagen 2012 is – bij iedere belanghebbende – uitgegaan van een vermindering van het belastbare inkomen uit werk en woning met € 415, en bij de navorderingsaanslagen 2013 van een vermindering van dat inkomen met € 808.

2.5.

In verband met de leesbaarheid zijn de feiten die betrekking hebben op de diverse (resterende) correctieposten, vermeld in onderdeel 4 van deze uitspraak.

3 Geschil

3.1.

In geschil zijn de antwoorden op de volgende vragen:

  1. Zijn de artikelen 7:4 en 8:42 van de Awb geschonden?

  2. Is er reden om terug te komen op de tussenuitspraken van 20 september 2017 (zie 1.10)?

  3. Dienen de navorderingsaanslagen te worden vernietigd vanwege de handelwijze van ambtenaren van de Belastingdienst?

  4. Zijn de navorderingsaanslagen tot te hoge bedragen vastgesteld?

  5. Hebben belanghebbenden recht op de toekenning van de in 1.5 genoemde dwangsommen?

  6. Hebben belanghebbenden recht op de toekenning van een proceskostenvergoeding voor door een derde verleende rechtsbijstand?

[B] heeft ter zitting verklaard dat de rechtbank de verzoeken om schadevergoeding buiten beschouwing kan laten. De inspecteur heeft ter zitting verklaard dat een aantal correctieposten (gedeeltelijk) kan vervallen.

3.2.

Belanghebbenden beantwoorden deze vragen bevestigend en de inspecteur ontkennend. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting.

3.3.

Belanghebbenden concluderen tot vernietiging van de navorderingsaanslagen.

De inspecteur concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vermindering van de navorderingsaanslagen.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing