Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-09-2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4620, AWB - 20 _ 8849

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-09-2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4620, AWB - 20 _ 8849

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 september 2021
Datum publicatie
23 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:4620
Zaaknummer
AWB - 20 _ 8849

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.

Uitspraak

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/8849

uitspraak van 17 september 2021

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 8 oktober 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.398 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.594 en de bij gelijktijdige beschikking opgelegde boete van € 369 (aanslagnummer [aanslagnummer]).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2021 te Roermond. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende mr. J.A.M. Kamps, verbonden aan Solid Advies te Groningen, en namens de inspecteur, [inspecteur].

1 Beslissing

De rechtbank:

-

verklaart het beroep gegrond;

-

vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de kostenvergoeding voor de bezwaarfase;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.300;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 aan hem vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat de inspecteur veroordeeld dient te worden in het betalen van een proceskostenvergoeding aan belanghebbende voor een bedrag van € 1.300, welke vergoeding ziet op zowel de bezwaarfase als de beroepsfase. Ook zal de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 vergoeden.

2.2.

De rechtbank ziet geen reden anders te oordelen en heeft dienovereenkomstig beslist.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.M. van Meer, griffier, op 17 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.