Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-02-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:640, 20/9010

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-02-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:640, 20/9010

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 februari 2022
Datum publicatie
9 maart 2022
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:640
Zaaknummer
20/9010

Inhoudsindicatie

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Uitspraak

Belastingrecht, meervoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/9010

uitspraak van 16 februari 2022

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

De inspecteur heeft belanghebbende voor het jaar 2016 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 269.141. Bij separate beschikkingen is belastingrente berekend en is een verzuimboete opgelegd.

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 september 2020 het bezwaar afgewezen.

Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 16 oktober 2020, ontvangen bij de rechtbank op 19 oktober 2020, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 345.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

De inspecteur heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2022 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigden van belanghebbende, [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , verbonden aan [bedrijf 1] , en namens de inspecteur [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

Van het ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

Belanghebbende is een naar het Engelse recht opgerichte private limited.

Belanghebbende verricht in 2016 leveringen van goederen (meubels) aan in Nederland gevestigde ondernemers en aan particuliere afnemers. Deze particuliere afnemers zijn zowel

in Nederland als elders in de EU woonachtige particulieren.

Belanghebbende staat tot 8 november 2016 ingeschreven op het adres [adres 1] . Op dit adres is de toenmalige accountant van belanghebbende, [bedrijf 2] , gevestigd. Vanaf 8 november 2016 is belanghebbende ingeschreven op het adres [adres 2] . Op dit adres is de accountant van belanghebbende gevestigd.

[naam 1] ( [naam 1] ) is tot 30 juni 2016 bestuurder van belanghebbende. [naam 1] woont in [land 1] . Met ingang van 1 juli 2016 tot 1 juli 2017 is [naam 2] ( [naam 2] ) bestuurder van belanghebbende. [naam 2] woont op [land 1] . Tussen 30 juni 2017 en 15 december 2017 is [naam 1] opnieuw bestuurder van belanghebbende.

3 Geschil

In geschil is primair of belanghebbende gevestigd is in Nederland. Subsidiair is in geschil of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. Niet langer is in geschil dat de verzuimboete dient te worden vernietigd.

Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en van de aanslag.

De inspecteur concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de verzuimboete en van de verzuimboete.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing