Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-09-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6469, BRE 24/6158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-09-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6469, BRE 24/6158
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 september 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/6158
- Relevante informatie
- Art. 14 WBRV, Art. 15a WBRV
Inhoudsindicatie
Artikel 14 id 2 Wbr, hoofdverblijfcriterium.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6158
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. P.A.J. van de Koolwijk FB),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juli 2024.
De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd van € 21.312 (de naheffingsaanslag). Gelijktijdig met het opleggen van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur € 396 belastingrente in rekening gebracht.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Tegen de beslissing van de inspecteur heeft belanghebbende beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn vader [persoon 1] en [persoon 2] . Namens de inspecteur hebben aan de zitting deelgenomen: [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] en mr. [inspecteur 3] .