Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8375, BRE - 24 _ 7384 tot en met 24 _ 7388
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8375, BRE - 24 _ 7384 tot en met 24 _ 7388
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 27 november 2025
- Datum publicatie
- 4 december 2025
- Zaaknummer
- BRE - 24 _ 7384 tot en met 24 _ 7388
- Relevante informatie
- Art. 15 Wet OB 1968, Art. 26 AWR, Art. 65 AWR
Inhoudsindicatie
Ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting, (impliciet) herzieningsverzoek, rechtbank onbevoegd
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/7384 tot en met 24/7388
[belanghebbende] SL, gevestigd te [plaats] (Spanje), belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 20 september 2024 en 31 oktober 2024.
De inspecteur heeft over de tijdvakken 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2018 (eerste kwartaal 2018), 1 april 2018 tot en met 30 juni 2018 (tweede kwartaal 2018), 1 juli 2018 tot en met 30 september 2018 (derde kwartaal 2018), 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 (vierde kwartaal 2018) en 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019 (tweede kwartaal 2019) teruggaafbeschikkingen omzetbelasting aan belanghebbende afgegeven. Bij gelijktijdige beschikkingen heeft de inspecteur ook belastingrentebeschikkingen ten behoeve van belanghebbende vastgesteld. Dit kan als volgt worden weergegeven:
|
Tijdvak |
Dagtekening |
Beschikkingsnummer |
Teruggaaf |
Rente |
|
Q1 2018 |
20 december 2023 |
[BSN] .O.01.8216 |
€ 6.705 |
€ 1.257 |
|
Q2 2018 |
20 december 2023 |
[BSN] .O.01.8247 |
€ 20.804 |
€ 3.898 |
|
Q3 2018 |
20 december 2023 |
[BSN] .O.01.8278 |
€ 52.533 |
€ 9.841 |
|
Q4 2018 |
17 april 2024 |
[BSN] .O.01.8309 |
€ 2.803 |
€ 594 |
|
Q2 2019 |
26 december 2023 |
[BSN] .O.01.9247 |
€ 0 |
€ 0 |
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze teruggaaf- en belastingrentebeschikkingen. De inspecteur heeft de bezwaren afgewezen.
De rechtbank heeft de beroepen op 4 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de inspecteur [inspecteur 1], mr. [inspecteur 2] en mr. [inspecteur 3]. Van hetgeen ter zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met deze uitspraak wordt meegezonden.
Namens belanghebbende is niemand ter zitting verschenen. De zittingsuitnodiging is op 30 juni 2025 in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst en uit het dossier - specifiek uit bijlage 1 bij de brief van de (toenmalig) gemachtigde van 21 augustus 2025 - blijkt dat de (toenmalig) gemachtigde de uitnodiging in goede orde heeft ontvangen. De zittingsuitnodiging is dus op 30 juni 2025 ontvangen.1 De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.2 De gemachtigde heeft zich vervolgens eerst eind augustus 2025 aan de procedure onttrokken.