Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9021, BRE 24/5732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9021, BRE 24/5732
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 december 2025
- Datum publicatie
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/5732
- Relevante informatie
- Art. 3.14 Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
IB/PVV 2018. Beroep gegrond. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende in 2003 werkzaamheden verrichtte in de vuurwerkhandel en dat hiermee redelijkerwijs een voordeel kan worden verwacht. De verkoop van het zwaardere professionele vuurwerk vond plaats binnen het kader van de werkzaamheden in de vuurwerkhandel. De in 2018 betaalde kosten zijn aftrekbaar.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5732
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 juni 2024.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 272.578.
Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur € 17.122 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en, namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] .