Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9086, 24/6899

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9086, 24/6899

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
30 december 2025
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:9086
Zaaknummer
24/6899
Relevante informatie
Art. 9.6 Wet IB 2001, Art. 45aa Uitv reg IB 2001, Art. 9 AWR, Art. 67a AWR

Inhoudsindicatie

Het beroep is ongegrond. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering terecht afgewezen. Dat belanghebbende zijn nieuwe (post)adres niet tijdig heeft gewijzigd en/of doorgegeven aan de inspecteur, kan de inspecteur niet worden tegengeworpen. De rechtbank acht de verzuimboete van € 385 passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/6899

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar en beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de inspecteur van 6 september 2024.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een verlies uit werk en woning van € 783 (de aanslag). Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur een verzuimboete opgelegd (de boetebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Daarbij heeft de inspecteur het bezwaar in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve vermindering en dat verzoek afgewezen.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur deelgenomen: [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.

1.4.

Belanghebbende is via het systeem Mijn Rechtspraak op 29 augustus 2025,

10:41 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven

e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op

29 augustus 2025 heeft ontvangen.1 De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Overwegingen

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep