Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9122, BRE 21/4144 t/m 21/4146, 24/1636, 24/1638, 24/1639, 24/1641 tm 24/1645
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9122, BRE 21/4144 t/m 21/4146, 24/1636, 24/1638, 24/1639, 24/1641 tm 24/1645
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 december 2025
- Datum publicatie
- 7 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 21/4144 t/m 21/4146, 24/1636, 24/1638, 24/1639, 24/1641 tm 24/1645
- Relevante informatie
- Art. 4 Wet DB, Art. 8:29 Awb
Inhoudsindicatie
Artikel 4, zevende lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat aan de in artikel 4, zevende lid, van de Wet DB gestelde voorwaarden is voldaan en belanghebbende daarom niet als uiteindelijk gerechtigde van de dividenden kan worden aangemerkt. De inspecteur heeft de naheffingsaanslagen dividendbelasting zodoende terecht aan belanghebbende opgelegd.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 21/4144 tot en met 21/4146, 24/1636, 24/1638, 24/1639, 24/1641 tot en met 24/1645
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende]
, gevestigd te [plaats] ( [land] ), belanghebbende
(gemachtigde: mr. M. Sanders),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 20 augustus 2021 en 12 december 2023. In die uitspraken heeft de inspecteur de aan belanghebbende op 1 december 2020, 20 december 2021 en 9 december 2022 opgelegde naheffingsaanslagen dividendbelasting gehandhaafd. Bij de naheffingsaanslagen is ook belastingrente in rekening gebracht. In de bezwaarfase is de in rekening gebrachte belastingrente gedeeltelijk verminderd.
Tegen de voornoemde beslissingen van de inspecteur heeft belanghebbende beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de beroepen op 1 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens belanghebbende deelgenomen: [persoon 1] en [persoon 2] , vergezeld door [tolk] als tolk, en als gemachtigde van belanghebbende: mr. M. Sanders, mr. [gemachtigde 1] , mr. dr. [gemachtigde 2] , mr. [gemachtigde 3] en mr. [gemachtigde 4] . Namens de inspecteur zijn ter zitting verschenen: mr. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] , mr. [inspecteur 4] en drs. [inspecteur 5] .
Van hetgeen ter zitting is besproken, is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de rechtbank gelijktijdig met deze uitspraak een afschrift naar partijen heeft verzonden.