Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9592, 11344849 MB VERZ 24-1375

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9592, 11344849 MB VERZ 24-1375

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 november 2025
Datum publicatie
9 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:9592
Zaaknummer
11344849 MB VERZ 24-1375

Inhoudsindicatie

Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer.: 11344849 \ MB VERZ 24-1375

CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

uitspraakdatum: 13 november 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] B.V.

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. I. Menalo (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen) op de N267 te Wijk en Aalburg op 1 maart 2023 om 11:20 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Gemachtigde verwijst naar artikel 5 Wahv en stelt dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte is bekeurd op kenteken. Uit het zaakoverzicht blijkt in elk geval dat er een reële mogelijkheid tot staande houden bestond, maar dat verbalisant het verdedigingsbelang van betrokkene, ondergeschikt heeft geacht aan het volgen van een ander voertuig. Betrokkene stelt echter dat verbalisant niet van zijn plicht tot staande houden wordt ontheven, simpelweg door te stellen dat een ander voertuig werd gevolgd. Betrokkene stelt dat in de afweging tussen de twee situaties, verbalisant duidelijk had dienen te kiezen voor het staande houden van betrokkene, nu hiertoe daadwerkelijk een reële mogelijkheid bestond. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en verzoekt de sanctie met 25% te matigen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Volgens het zaaksoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij bezig was met het verrichten van een staandehouding bij een ander voertuig.

Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Beslissing