Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1447, BRE 24/6869
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1447, BRE 24/6869
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 5 maart 2026
- Datum publicatie
- 12 maart 2026
- Zaaknummer
- BRE 24/6869
- Relevante informatie
- Art. 15 lid 1 onderdeel h WBRV, Art. 5d Uitv besl RV, Art. 6.33 Wet IB 2001, Art. 19 Wonw, AWR, Art. 15 WBRV, BPB
Inhoudsindicatie
Overdrachtsbelasting, vrijstelling artikel 15, eerste lid, onder h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, beroep gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6869
Stichting [belanghebbende] , gevestigd in [vestigingsplaats] , belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 augustus 2024. In die uitspraak heeft de inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de door haar op aangifte voldane overdrachtsbelasting van € 767.988 ongegrond verklaard.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] , als gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , [inspecteur 3] en [inspecteur 4] .
Van hetgeen ter zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift bij deze uitspraak is gevoegd.