Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1850, BRE 25/6170
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1850, BRE 25/6170
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 maart 2026
- Datum publicatie
- 23 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1850
- Zaaknummer
- BRE 25/6170
- Relevante informatie
- Art. 236 Gemw, Art. 4:17 Awb, Art. 4:18 Awb, Art. 6:12 Awb, Art. 8:42 Awb, Art. 8:54 Awb, Art. 8:55c Awb, Art. 8:55d Awb, Awb, Art. 30a Wet WOZ
Inhoudsindicatie
8:54; De heffingsambtenaar heeft geen verweer gevoerd en ook niet aan zijn verplichting voldaan om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. De rechtbank is van oordeel dat dit voor risico en rekening van de heffingsambtenaar dient te komen. Aangezien de heffingsambtenaar de standpunten en stukken van belanghebbende niet heeft weersproken, gaat de rechtbank uit van de juistheid daarvan. De rechtbank merkt op dat tot het dossier diverse e-mails tussen gemachtigde en de heffingsambtenaar behoren. De heffingsambtenaar heeft op 20 november 2024 te kennen gegeven dat er al uitspraak op bezwaar is gedaan. Gemachtigde heeft vervolgens meerdere keren verzocht de uitspraak op bezwaar voor dit object toe te zenden. In het beroepschrift voert gemachtigde aan dat hij nog steeds geen uitspraak op bezwaar heeft ontvangen en de heffingsambtenaar in gebreke is te beslissen. Het ligt in dat geval op de weg van de heffingsambtenaar om aannemelijk te maken dat uitspraak op bezwaar is gedaan. Dat heeft de heffingsambtenaar niet gedaan. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de heffingsambtenaar nog geen beslissing heeft genomen. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/6170
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan Het Nieuwe WOZ-bureau),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Gilze en Rijen, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld, omdat de heffingsambtenaar volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 23 februari 2024 tegen de WOZ-beschikking 2024, waardepeildatum 1 januari 2023, voor het object [adres] .
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.