Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1912, 25/834

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1912, 25/834

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 maart 2026
Datum publicatie
23 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1912
Zaaknummer
25/834
Relevante informatie
Art. 27h AWR, Art. 28 AWR, Art. 6.3 Wet IB 2001

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting, onderhoudsverplichtingen, dringende morele verplichting, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/834

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Tsjechië), belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 januari 2025.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 208.984 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.439. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur € 831 belastingrente in rekening gebracht (belastingrentebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep