Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1980, BRE 25 _ 838

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1980, BRE 25 _ 838

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 maart 2026
Datum publicatie
25 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1980
Zaaknummer
BRE 25 _ 838
Relevante informatie
Art. 27h AWR, Art. 28 AWR, Art. 2 WBRV, Art. 9 WBRV, WBRV, Art. 3 BW Boek 3, BPB

Inhoudsindicatie

Overdrachtsbelasting, opstal roerend of onroerend?

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/838

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 januari 2025.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd van € 3.000. Bij gelijktijdige beschikking heeft de inspecteur € 282 belastingrente aan belanghebbende in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig met het beroep van de echtgenote van belanghebbende, [naam] , met zaaknummer 25/827, op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, zijn echtgenote en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] en [inspecteur 4] .

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Kosten, rechten en overdrachtsbelasting

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep