Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-01-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:435, BRE 25/2017
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-01-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:435, BRE 25/2017
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 26 januari 2026
- Datum publicatie
- 4 februari 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/2017
- Relevante informatie
- Art. 8:54 Awb
Inhoudsindicatie
BRE 25/2017 en BRE 25/2018; 8:54 niet-ontvankelijk, beroep onbevoegdelijk ingesteld; belanghebbende zelf niet bevoegd om beroep in te stellen en bewindvoerder heeft procedure niet overgenomen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/2017 en 25/2018
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 januari 2025. De beroepen zien op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2016 met aanslagnummers [BSN] .H.66.01 en [BSN] .W.66.01.4.
Bij beschikking van 13 december 2024 heeft de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch [stichting] tot bewindvoerder van belanghebbende heeft benoemd.
De rechtbank heeft [stichting] in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij als bewindvoerder de beroepsprocedures wenst over te nemen. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 10 juli 2025 op de hoogte gesteld van de verzending van deze brief naar de bewindvoerder.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.