Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-02-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:682, BRE 24/4605
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-02-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:682, BRE 24/4605
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- Zaaknummer
- BRE 24/4605
- Relevante informatie
- Art. 16 AWR, Art. 27e AWR
Inhoudsindicatie
Navorderingsaanslag IB/PVV, nieuw feit, omkering en verzwaring van de bewijslast, redelijke schatting, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/4605
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 17 april 2024.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2017 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 181.973 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 94.075.
Gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur belanghebbende bij beschikking € 5.754 belastingrente en € 1.355 revisierente in rekening gebracht.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 29 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] deelgenomen. Belanghebbende en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. Gemachtigde heeft zich afgemeld voor de zitting.