NTFR 2021/2045 - Start-ups post-COVID; tijd om te investeren

NTFR 2021/2045 - Start-ups post-COVID; tijd om te investeren

mr. B. JorissenTax Advisor bij Archipel Tax Advice B.V.
Bijgewerkt tot 25 juni 2021

‘Fourteen of the most successful companies that were started in people’s basements, garages, and bedrooms’, kopt een artikel van de Business Insider.1 En voor wie de ‘clickbait’ zelf niet wil ondergaan: het gaat hier om bedrijven als Amazon, Facebook, Google en zelfs Microsoft.

Het artikel is zowel inhoudelijk als qua thematiek een ‘sign of the times’. Het devies van de economisch ‘op dronk’ komende millennials en Gen-Z’ers is allang niet meer enkel om goed te studeren voor een goede baan; ondernemerschap is hot, en in de vorm van een start-up des te meer. In de klassieke definitie onderscheidt zo’n start-up zich van het ‘reguliere kleinbedrijf’ doordat eerstgenoemde is opgericht rondom een ‘schaalbare oplossing’ (jeukwoord).2 Dus: de start-up ‘verproductiseert’ een remedie voor een probleem dat kennelijk dusdanig acuut en omvangrijk is dat de start-up hiermee levensvatbaar en zelfs snelgroeiend kan zijn. En als die ‘market fit’ van het centrale product eenmaal blijkt, start de fantasiefase. Want wie weet, wordt de start-up eens een scale-up. En misschien zelfs een ‘unicorn’!3

Start-ups instrumenteel bij economische en VN-doelstellingen

Gezien de opgroei-achtergrond van de genoemde generaties, is de start-up-manier van denken prima te verklaren: er is wereldwijd sprake van hoge jeugdwerkloosheid, er is meer kapitaal beschikbaar dan ooit, en er zijn zat actuele problemen om te remediëren.4 Maar de impact van deze ondernemingen blijkt (gelukkig) groter dan louter het voldoen aan enig zelfgericht doel van de millennial; InnovationQuarter vatte cijfers van het CBS en het Erasmus Center for Entrepreneurship samen, en concludeerde dat Nederlandse scale-ups (bedrijven die drie jaar op rij minstens 10% groeien in fte’s) in de meetperiode 2015-2018 al goed waren voor 220.000 fulltimebanen, terwijl het aantal scale-ups met 34% steeg over een periode van tien jaar.

Maar het begint dus met start-ups, en mede daarom staat het start-up-klimaat (het nieuwe vestigingsklimaat?) in de aandacht. Al in 2017 schreef staatssecretaris van EZK Mona Keijzer een ‘Kamerbrief over de maatregelen voor startups en scale-ups’5 over de stand van zaken in het start-up- en scale-up-beleid, en de inleidende tekst is een zeldzaam sterk testament voor het belang van een sterke start-up-sector:

‘(Ik heb) toegelicht waarom een sterk ondernemersklimaat voor startups en scale-ups belangrijk is voor economische groei en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals de klimaat- en energieopgave. Er wordt ook wel gesproken over een “vierde industriële revolutie” gedreven door technologische ontwikkelingen, die niet alleen de manier waarop we ons geld verdienen, maar alle aspecten van onze samenleving ingrijpend zullen veranderen.’

Ondanks het feit dat de woorden ‘start-up’ of ‘scale-up’ slechts drie keer voorkomen in het regeerakkoord 2017-2021, verwoordde de staatssecretaris aldus wél de beleidsdoelstelling dat het Nederlandse start-up-klimaat structureel tot de top 5 van de wereld gaat behoren. Dit verbetert de concurrentiepositie, maar een zelfstandig (technologisch) innovatievermogen zorgt ook voor meer geopolitieke zelfstandigheid en stabiliteit. En start-ups lossen naar hun aard problemen op. Laat ons fiscalisten daarom vast eens mee-vooruitdenken met het oog op –deo volente – een nieuw regeerakkoord!

Het Nederlandse start-up-klimaat is nu internationaal ‘medium’

De internationale start-up-klimaatvergelijkende onderzoeken worden doorgaans door officieuze instituten uitgevoerd, zoals gezaghebbende journals. In het 2021-onderzoek van ceoworld.biz, waarin meer dan 195.000 betrokkenen uit meer dan 95 landen werden bevraagd, staat het Nederlandse start-up-klimaat op de 22e plek.6

Om te groeien (‘up’ te gaan) hebben start-ups toegang nodig tot talent, kapitaal, markten, kennis en de overheid. En uit de jaarlijkse ‘Ease of Doing Business Index’, waarin Nederland zich op de 42e plek bevindt, blijkt het grootste Hollandse knelpunt: ‘getting credit’ (plaats 119 van de 190).7 En waar start- en scale-ups juist krediet nodig hebben om de cashflow-negatieve groeifase te financieren, vooral in hoge-lonen-Nederland, leidt die matige toegang er voorzienbaar toe dat (1) start-ups zich in het buitenland vestigen, (2) levensvatbare ideeën vanwege liquiditeitstekort in Nederland niet tot wasdom komen, en/of (3) dat Nederlandse start-ups noodgedwongen equity-investeringen zoeken en vatbaar worden voor suboptimale overnames. Dat is kapitaaldestructief. Wat kunnen we hiertegen doen?

De coronasteunpakketten bieden inspiratie voor verbetering!

We kunnen gericht beleid maken om de liquiditeit van start-ups te stutten. De coronasteunpakketten bieden hier wat mij betreft onbedoeld sterke inspiratie voor. Dus onder het start-upperige mom van ‘never waste a good crisis’, presenteer ik hierbij enkele losse-pols-ideeën van een fiscale millennial die graag zou zien dat Nederland opklimt van de 22e start-up-plek naar die mythische top 5!

Entry ticket: ‘technostarter’ zoals gedefinieerd in de Wet LB

Voordat een set maatregelen kan worden ontworpen voor start-ups, moet de doelgroep worden afgebakend en gedefinieerd. Omwille van de uniformiteit stel ik voor om aansluiting te zoeken bij art. 10a, lid 9, Wet LB 1964. Een start-up is dan een bedrijf (1) waaraan een SenO-beschikking is toegekend; (2) dat maximaal vijf jaar bestaat; en (3) dat niet feitelijk een voortzetting is van een eerdere of andere onderneming. Om dan alvast eventuele staatssteunrisico’s vooraf te adresseren: ik leun op het wankele tafeltje dat dit ‘entry ticket’ breed genoeg is om niet als ‘selectief’ bestempeld te worden, en anders dat innovatieve start-ups niet vergelijkbaar zijn met andere ondernemingen waardoor geen sprake kan zijn van een discriminatoire begunstiging.8 Enfin bon.

Faciliteit 1: uitstel van loonbelasting voor nieuw personeel met een vast contract

Faciliteit 2: permanent maken van het visum voor essentieel start-up-personeel

Faciliteit 3: uitbreiden 30%-regeling naar start-ups

Faciliteit 4: permanente borgstellingsregeling voor start-ups

Faciliteit 5: box 3-vrijstelling voor investeringen in start-ups

Faciliteit 6: een standaard waarderingsmethode openstellen voor start-ups

Het samenspel: betere ‘access to capital’ en talent!

Conclusie: proberen?