Onderwijsvrijstelling ovb niet van toepassing omdat er op moment van verkrijging niet aan de voorwaarden werd voldaan
Onderwijsvrijstelling ovb niet van toepassing omdat er op moment van verkrijging niet aan de voorwaarden werd voldaan
Gegevens
- Nummer
- 2025/1237
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Belastingen van rechtsverkeer
- Relevante informatie
Belanghebbende is een onderwijsinstelling die middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aanbiedt in de hoedanigheid van een Regionaal Opleidingscentrum (ROC). Zij heeft daartoe een onroerende zaak in gebruik op een campus ter zake waarvan zij een huurovereenkomst heeft gesloten met de gemeente. In deze huurovereenkomst was een voorkeursrecht van koop en een koopoptie opgenomen ten behoeve van belanghebbende. In 2023 is bij de overdracht van het onroerend goed door de gemeente aan belanghebbende een eeuwigdurend recht van erfpacht gevestigd aangaande de grond met daarop de onroerende zaak. Het recht van erfpacht is afgekocht voor € 7.800.000, en dit bedrag omvat ook een vergoeding voor de verkregen opstal. Belanghebbende heeft € 811.200 overdrachtsbelasting op aangifte voldaan en heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen deze voldoening. Tussen partijen is in geschil of op de verkrijging de onderwijsvrijstelling van toepassing is.
In 2023 was in de Wet belastingen van rechtsverkeer onder verwijzing naar een, op dat moment vervallen, artikel in de Wet educatie en beroepsonderwijs onder voorwaarden een vrijstelling opgenomen voor zover het verkregene bestemd was voor onderwijs. De verwijzing naar het nieuwe artikel dat de onderwijsvrijstelling regelt is echter pas per 1 augustus 2024 in de wet opgenomen. Dit heeft tot gevolg dat de onderwijsvrijstelling niet kan worden toegepast op de verkrijging door belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat de tekst van de onderwijsvrijstelling op het moment van verkrijging duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar was. Ook indien de tekst al wel was aangepast op het moment van verkrijging door belanghebbende was overigens de vrijstelling naar het oordeel van de rechtbank ook niet van toepassing nu de overdracht niet plaatsvond in het kader van een bestuursoverdracht.
Het standpunt van belanghebbende dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel omdat verkrijgingen door instellingen die primair, voortgezet of speciaal onderwijs verzorgen wel zijn vrijgesteld treft geen doel. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van gelijke gevallen nu de bekostiging van de huisvesting van de door belanghebbende genoemde instellingen een wettelijke plicht van de gemeente is terwijl dat niet het geval is voor instellingen zoals belanghebbende
(Beroep ongegrond.)