Standpunt voorwaarden doorbetaaldloonregeling in AB-verhoudingen

Standpunt voorwaarden doorbetaaldloonregeling in AB-verhoudingen

Gegevens

Nummer
2026/66
Publicatiedatum
15 januari 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de voorwaarden waaronder de doorbetaaldloonregeling in aanmerkelijk belang-verhoudingen mag worden toegepast. Het standpunt KG:204:2022:6 wordt hierbij ingetrokken.

X (natuurlijk persoon) houdt een 100%-belang in een bv. De bv heeft een 100%-belang in vier dochtervennootschappen. X heeft een aanmerkelijk belang in bv en genoemde vennootschappen. X verricht voor al deze vennootschappen werkzaamheden. X heeft voor deze werkzaamheden geen overeenkomsten afgesloten (noch op persoonlijke titel noch namens de bv). X heeft ook geen beloningen bedongen dan wel ontvangen voor de betreffende werkzaamheden.

Na afloop van het desbetreffende jaar constateert de inspecteur dat de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 ten onrechte niet is toegepast.

Vraag

Kan de doorbetaaldloonregeling nog worden toegepast als geen sprake is geweest van genoten loon in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964?

Antwoord

Ja, met als gevolg dat op grond van artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964 de gebruikelijkloonregeling op holdingniveau kan worden toegepast.