Weigering verliesvaststellingsbeschikkingen onterecht als ambtshalve beslissing aangemerkt

Weigering verliesvaststellingsbeschikkingen onterecht als ambtshalve beslissing aangemerkt

Gegevens

Nummer
2026/157
Publicatiedatum
3 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:10896
Rubriek
Vennootschapsbelasting/Dividendbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een naar Curaçaos recht opgerichte vennootschap en is statutair gevestigd op Curaçao. Belanghebbende is onderdeel van een structuur met meerdere vennootschappen en een aandeelhouder die indirect alle aandelen houdt. Na een vestigingsplaatsonderzoek concludeert de inspecteur dat belanghebbende in de jaren 2010 en 2012-2015 feitelijk in Nederland is gevestigd. Belanghebbende lijdt in die jaren verliezen en verzoekt de inspecteur per brief om verliesvaststellingsbeschikkingen. De inspecteur wijst het verzoek af met een beroep op het verstrijken van de aanslag- en navorderingstermijnen en verklaart het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk, omdat volgens hem alleen een ambtshalve beslissing is genomen waartegen geen bezwaar openstaat. In geschil is of de inspecteur het bezwaar tegen de weigering om verliesvaststellingsbeschikkingen vast te stellen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 20b Wet Vpb de inspecteur het bedrag van een verlies bij voor bezwaar vatbare beschikking moet vaststellen, ook als geen aanslag is opgelegd of de aanslagtermijn is verstreken. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgt dat het materiële belang van de belastingplichtige bij een verliesbeschikking vooropstaat en dat het ontbreken van een aanslag of het verstrijken van termijnen niet in de weg staat aan het vaststellen van een verliesbeschikking. De omstandigheid dat belanghebbende geen aangifte heeft gedaan of dat de reguliere termijnen zijn verstreken, doet daar niet aan af. De inspecteur had daarom het bezwaar inhoudelijk moeten behandelen en ontvankelijk mogen verklaren. Nu partijen het eens zijn over de hoogte van de verliezen, stelt de rechtbank de verliesvaststellingsbeschikkingen vast overeenkomstig het verzoek van belanghebbende.

(Beroep gegrond).