Geen renteaftrek bij oversluiten hypotheek met looptijd van wederom dertig jaar

Geen renteaftrek bij oversluiten hypotheek met looptijd van wederom dertig jaar

Gegevens

Nummer
2026/181
Publicatiedatum
5 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:30
Rubriek
Eigenwoningregeling
Relevante informatie

Belanghebbende is eigenaar van een woning en heeft in 2014 een hypothecaire lening bij Florius afgesloten, die door de inspecteur is aangemerkt als eigenwoningschuld. In 2021 heeft belanghebbende deze lening overgesloten naar ASR, waarbij de nieuwe lening een looptijd kreeg tot 2051, terwijl de oorspronkelijke lening tot 2045 liep. In de aangifte IB/PVV 2021 heeft belanghebbende rente en financieringskosten met betrekking tot de lening bij ASR in aftrek gebracht. De inspecteur heeft deze aftrek geweigerd, omdat de nieuwe lening een langere looptijd heeft dan de resterende looptijd van de oorspronkelijke lening, en heeft het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 59.904. In 2024 is de looptijd van de lening bij ASR alsnog aangepast naar 2045.

In geschil is of de rente en financieringskosten met betrekking tot de lening bij ASR in 2021 in aftrek kunnen worden gebracht. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 3.119a en 3.119c Wet IB 2001 een lening alleen als eigenwoningschuld kwalificeert als bij oversluiting de looptijd van de nieuwe lening niet langer is dan de resterende looptijd van de oude lening. Omdat bij het oversluiten in 2021 de looptijd van de lening bij ASR langer was dan die van de oorspronkelijke lening, kan deze niet als eigenwoningschuld worden gekwalificeerd. De latere aanpassing van de looptijd in 2024 kan hieraan niet met terugwerkende kracht afdoen, omdat de wettelijke vereisten bij het aangaan van de lening moeten zijn overeengekomen. Ook het verzoek van belanghebbende om een evenredig deel van de financieringskosten in aftrek toe te laten, wijst de rechtbank af, omdat de wet geen ruimte biedt voor een dergelijke proportionele aftrek. De inspecteur heeft de aftrek van rente en financieringskosten terecht geweigerd. Wel erkent de inspecteur enkele onvolkomenheden in de aanslag, waardoor het box 1-inkomen wordt verminderd tot € 59.759.

(Beroep gegrond.)