Navordering vernietigd en aanslagen verminderd wegens toerekening correcties aan echtgenoot

Navordering vernietigd en aanslagen verminderd wegens toerekening correcties aan echtgenoot

Gegevens

Nummer
2026/212
Publicatiedatum
10 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:225
Rubriek
Inkomstenbelasting diversen
Relevante informatie

Belanghebbende houdt sinds 2010 alle aandelen in een bv waarvan haar echtgenoot enig bestuurder is. In 2015 verkoopt zij haar aandelen aan een Luxemburgse vennootschap, waarna de bv in 2017 wordt ontbonden. Voor de jaren 2013 tot en met 2016 dient belanghebbende aangiften IB/PVV in, waarin zij voornamelijk loon en hypotheekrenteaftrek opgeeft. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij haar echtgenoot, past de inspecteur correcties toe op diens aangiften en – ter behoud van rechten – nagenoeg identieke correcties op de aangiften van belanghebbende, waarbij deze als inkomen uit aanmerkelijk belang worden aangemerkt. De inspecteur legt voor 2013 een navorderingsaanslag op en wijkt voor 2014-2016 af van de ingediende aangiften. In geschil is of de (navorderings)aanslagen IB/PVV en de belastingrentebeschikkingen terecht en tot de juiste bedragen aan belanghebbende zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht van belanghebbende in de bezwaarfase niet is geschonden, omdat haar echtgenoot als gemachtigde is opgetreden en belanghebbende niet kenbaar heeft gemaakt dat zij dit niet wenste. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat de inspecteur ter zitting heeft toegezegd de correcties bij belanghebbende volledig te laten vervallen indien deze volledig aan de echtgenoot kunnen worden toegerekend. In de parallelle zaak van de echtgenoot oordeelt de rechtbank dat de correcties als loon bij hem moeten worden belast, zodat deze niet bij belanghebbende in aanmerking kunnen worden genomen. De rechtbank vernietigt daarom de navorderingsaanslag 2013 en vermindert de aanslagen 2014-2016 tot de oorspronkelijke aangiften, waarbij geen inkomen uit aanmerkelijk belang resteert. Voor de jaren 2014 en 2015 wordt de hypotheekrenteaftrek op verzoek herverdeeld, zodat bij belanghebbende geen aftrek resteert. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.

(Beroep gegrond).