Geen aftrek voorbelasting gemeente door kunstmatige constructie bij renovatie

Geen aftrek voorbelasting gemeente door kunstmatige constructie bij renovatie

Gegevens

Nummer
2026/653
Publicatiedatum
28 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2248
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een gemeente die in 2015 en 2016 als opdrachtgever optreedt voor de verbouwing van een schoolgebouw, waarbij zij overeenkomsten sluit met bouwondernemers en een stichting die eigenaar is van het gebouw. De gemeente ontvangt een bijdrage van de stichting en brengt de kosten deels in rekening, met facturering in termijnen. De inspecteur legt naheffingsaanslagen OB en verzuimboetes op, omdat volgens hem de voorbelasting ten onrechte in aftrek is gebracht en sprake is van misbruik van recht. In geschil is of belanghebbende de voorbelasting ter zake van de verbouwing van het schoolgebouw mag aftrekken en of de inspecteur terecht naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als afnemer van de prestatie kwalificeert, aangezien zij als opdrachtgever optreedt, verplicht is tot betaling en de bouwondernemers haar hebben gefactureerd conform de Wet OB 1968. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of sprake is van een economische activiteit. Zij stelt vast dat de verbouwingsdienst onder bezwarende titel is verricht, omdat er een rechtsbetrekking en een kwantificeerbare vergoeding bestaat, ondanks dat deze lager is dan de kostprijs. De werkzaamheden vinden plaats naast andere economische activiteiten van de gemeente en worden duurzaam verricht, zodat sprake is van een zelfstandige economische activiteit. Het bibliotheekgedeelte vormt geen aparte dienst. De rechtbank verwerpt het beroep van de inspecteur op het BUA, omdat het toekennen van een bijdrage aan de stichting niet als relatiegeschenk of gift kwalificeert en het oogmerk algemeen belang betreft. Ook het argument van asymmetrisch handelen faalt, omdat de gemeente toezegt de verschuldigde btw op aangifte te voldoen. De rechtbank beoordeelt vervolgens het leerstuk misbruik van recht. Zij stelt vast dat door inschakeling van de gemeente als opdrachtgever een belastingvoordeel wordt behaald dat niet zou bestaan bij een rechtstreekse opdracht door de stichting. Uit objectieve factoren blijkt dat het wezenlijke doel van de constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is en er geen andere steekhoudende verklaring is. De rechtbank concludeert dat sprake is van misbruik van recht, zodat geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Ten aanzien van de verzuimboetes oordeelt de rechtbank dat belanghebbende een pleitbaar standpunt had en vooraf overleg heeft gevoerd, zodat de boetes worden vernietigd.

(Beroep deels ongegrond.)