Te laat bezwaar en terechte verzuimboete bij nabetaling Wajong uitkering
Te laat bezwaar en terechte verzuimboete bij nabetaling Wajong uitkering
Gegevens
- Nummer
- 2026/662
- Publicatiedatum
- 29 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
Belanghebbende ontvangt in 2020 een Wajong-uitkering, terwijl hij in die periode verblijft in een penitentiaire inrichting en een tbs-kliniek. De inspecteur legt een aanslag IB/PVV 2020 op, met belastingrente en een verzuimboete, nadat belanghebbende niet tijdig aangifte doet ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning. Namens belanghebbende wordt in augustus 2023 een verzoek om vrijstelling van aangifteplicht ingediend, dat door de inspecteur wordt gehonoreerd vanaf 2021, maar niet voor 2020. Het bezwaarschrift tegen de aanslag IB/PVV 2020 wordt pas op 6 december 2023 ingediend, ruim na afloop van de bezwaartermijn. In geschil is of het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2020 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en of de aanslag, verzuimboete en belastingrentebeschikking terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en het eerdere verzoek van augustus 2023 slechts ziet op vrijstelling van aangifteplicht, niet op bezwaar tegen de aanslag. De rechtbank beoordeelt vervolgens de beschikking ambtshalve vermindering en stelt vast dat het volledige bedrag van de Wajong-uitkering in 2020 is genoten door een nabetaling, zodat het genietingsmoment terecht in dat jaar is vastgesteld. De aanslag is naar de juiste grond en hoogte opgelegd. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat een afspraak tot vernietiging van de aanslagen 2019-2023 is gemaakt. De rechtbank verwerpt het beroep op schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat de inspecteur de uitspraak op bezwaar deugdelijk motiveert en geen toezegging is gedaan over vrijstelling van aangifteplicht voor 2020. De verzuimboete is terecht en tot het juiste bedrag opgelegd, omdat belanghebbende zonder geldige reden geen aangifte heeft gedaan. De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn, maar acht gezien de lage boete de enkele vaststelling daarvan voldoende compensatie.
(Beroep ongegrond.)