Navorderingen verlaagd wegens onredelijke extrapolatie weddenschappen
Navorderingen verlaagd wegens onredelijke extrapolatie weddenschappen
Gegevens
- Nummer
- 2026/663
- Publicatiedatum
- 29 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Winst
- Relevante informatie
Belanghebbende organiseert in 2014 en 2015 voetbalweddenschappen en geeft deze inkomsten niet op in zijn aangiften IB/PVV. Wel vermeldt hij loon uit een schijndienstbetrekking bij een bv, waarvoor hij zelf de loonheffing en autokosten betaalt. Uit strafrechtelijk onderzoek blijkt dat belanghebbende samenwerkt met een andere hoofdrolspeler, waarbij de winst uit weddenschappen 50/50 wordt verdeeld en de transacties grotendeels contant plaatsvinden. De inspecteur legt navorderingsaanslagen op, gebaseerd op een extrapolatie van acht dagen sms-verkeer, die een zogenoemde ‘speelweek’ omvatten. Hij rekent daarbij geen loon uit de schijndienstbetrekking mee. In geschil is of de inspecteur het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft geschonden en of de navorderingsaanslagen, belastingrente en boeten te hoog zijn vastgesteld, met name of de schatting van het belastbaar inkomen uit de weddenschappen redelijk is. Het hof oordeelt dat de inspecteur het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel niet heeft geschonden. De uitspraken op bezwaar zijn voldoende gemotiveerd en de bezwaargronden zijn adequaat weerlegd. Voor de schatting van het belastbaar inkomen acht het hof de toegepaste winstverdeling van 50/50 tussen belanghebbende en zijn partner redelijk, omdat belanghebbende hiervoor geen tegenbewijs levert en zijn eigen verklaringen dit ondersteunen. Ook heeft de inspecteur voldoende rekening gehouden met het opgegeven loon uit de schijndienstbetrekking en de daarop ingehouden loonheffingen, door deze uit het belastbaar inkomen te verwijderen. Echter, het hof vindt de extrapolatie van acht dagen als ‘speelweek’ niet representatief en onvoldoende onderbouwd. De gekozen referentieperiode betreft geen afgeronde speelronde maar een willekeurige periode. Daarom vermindert het hof de winst uit sms-berichten met 12,5%. Belanghebbende slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de schatting verder te hoog is. De navorderingsaanslagen worden dienovereenkomstig verminderd. Ten aanzien van de boeten oordeelt het hof dat opzettelijk onjuiste aangiften zijn gedaan, maar de boeten worden verminderd wegens de lagere grondslag en overschrijding van de redelijke termijn conform de rechtbank. De belastingrente wordt eveneens verminderd.
(Hoger beroep gegrond.)