Gebruikelijk loon toegepast bij dga met meerdere vennootschappen

Gebruikelijk loon toegepast bij dga met meerdere vennootschappen

Gegevens

Nummer
2026/664
Publicatiedatum
29 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2744
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

Belanghebbende is bestuurder en 100% aandeelhouder van twee bv’s, die op hun beurt bestuurder en aandeelhouder zijn van andere vennootschappen. In 2019 en 2020 heeft belanghebbende loon ontvangen van meerdere bv’s, waaronder bv2, waarvan hij de enige persoon is in de loonadministratie. Het loon van bv2 is door belanghebbende niet opgenomen in de aangiften IB/PVV 2019 en 2020. De inspecteur heeft de aanslagen vastgesteld op basis van het gebruikelijk loon en het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. In geschil is of de inspecteur ten onrechte gebruikelijk loon in aanmerking heeft genomen bij de aanslagen IB/PVV. De rechtbank oordeelt dat de gebruikelijk-loonregeling van art. 12a Wet LB van toepassing is, omdat belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in bv2 en er sprake is van arbeid verricht voor deze bv. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende arbeid heeft verricht, mede op basis van de loonaangifte van bv2 en de uitbetaling van loon. De enkele stelling van belanghebbende dat hij een katvanger is, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd tegenover de stukken van de inspecteur. De inspecteur heeft bovendien rekening gehouden met het feit dat belanghebbende ook bij andere bv’s verloond werd, door slechts één keer gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.

(Beroep ongegrond.)