Loslaten woonlandbeginsel zeevarenden heeft grote negatieve economsche gevolgen
Loslaten woonlandbeginsel zeevarenden heeft grote negatieve economsche gevolgen
Gegevens
- Nummer
- 2026/269
- Publicatiedatum
- 19 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
Het loslaten van het woonlandbeginsel, waarbij alle zeevarenden op Nederlands gevlagde schepen zouden worden beloond alsof zij in Nederland wonen, heeft op termijn grote negatieve economische en strategische effecten.
Dit staat in een rapport dat minister Tieman aan de Kamer heeft gestuurd.
Aanleiding zijn recente oordelen van het College voor de Rechten van de Mens over twee zeevarenden uit Indonesië en de Filipijnen, die klaagden over ongelijke beloning door Nederlandse werkgevers. Daarnaast wordt gemeld dat de Stichting Equal Justice Equal Pay de Staat en afzonderlijke reders heeft gesommeerd om het loon van Filipijnse en Indonesische zeevarenden op Nederlands gevlagde schepen met terugwerkende kracht gelijk te trekken aan dat van Nederlandse zeevarenden.
Het College oordeelde in augustus 2025 dat sprake is van verboden onderscheid op grond van nationaliteit, omdat de twee zeevarenden werden beloond volgens cao’s gebaseerd op het prijspeil van hun woonland (het woonlandbeginsel). Dit beginsel is in de internationale zeevaart een veelgebruikte systematiek, mede in aansluiting op de ILO-minimumloonnorm voor zeevarenden. Waar de Commissie Gelijke Behandeling in 1997 toepassing van het woonlandbeginsel nog toelaatbaar achtte, komt het College nu tot een andere conclusie. Hoewel de oordelen niet bindend zijn, kunnen zij gevolgen hebben voor Nederlands gevlagde schepen die het woonlandbeginsel toepassen en raakt dit aan het internationale gelijke speelveld. Omdat de sector niet met onderzoek heeft onderbouwd dat het loslaten van het woonlandbeginsel haar voortbestaan zou bedreigen, is nu alsnog onderzoek verricht, inclusief de risico’s op uitvlaggen.
Grote negatieve economische en strategische effecten
Het rapport concludeert dat het loslaten van het woonlandbeginsel, waarbij alle zeevarenden op Nederlands gevlagde schepen zouden worden beloond alsof zij in Nederland wonen, op termijn grote negatieve economische en strategische effecten heeft. Hogere loonkosten tasten de internationale concurrentiepositie aan en leiden naar verwachting tot uitvlaggen van 50–70% van de vloot, met forse krimp van het vlagregister, verlies van werkgelegenheid (met name voor Nederlandse zeevarenden), verplaatsing van economische activiteiten, verlies aan vlootcapaciteit en verminderde nationale veiligheid en strategische autonomie. De vermindering van het aantal Nederlands gevlagde schepen beperkt de mogelijkheid van de regering om in oorlog, crises of handelsconflicten een beroep te doen op Nederlandse schepen en bemanningen, terwijl meer dan 80% van de wereldhandel over zee gaat.
Het kabinet onderschrijft op basis van het rapport het belang van het woonlandbeginsel als onderdeel van de mondiale standaard in de internationale zeevaart en van het Nederlandse vlagregister voor economie en veiligheid. Het kondigt vervolgonderzoek aan naar wat nodig is om schepen onder Nederlandse vlag te behouden en de maritieme sector in Nederland te versterken.