Besluit overgangstermijn versobering youngtimerregeling

Besluit overgangstermijn versobering youngtimerregeling

Dit besluit bevat een goedkeuring waarmee vooruitlopend op wetgeving voor een bepaalde groep belastingplichtigen die gebruikmaken van de youngtimerregeling, de verhoging van de grens naar 16 jaar tijdelijk niet geldt.

Met het Belastingplan 2026 is de leeftijdsgrens voor toepassing van de youngtimerregeling verhoogd van 15 naar 16 jaar. Hierdoor zou voor auto’s die in 2025 de leeftijd van 15 jaar bereikten (maar nog geen 16 jaar waren), de regeling per 1 januari 2026 tijdelijk niet meer van toepassing zijn. Dit zou betekenen dat in 2026 – totdat de auto 16 jaar oud wordt – de reguliere bijtelling geldt (22% van de catalogusprijs, respectievelijk 25% onder het overgangsrecht 2017) in plaats van 35% van de waarde in het economische verkeer.

De staatssecretaris acht dit onwenselijk voor belastingplichtigen die in 2025 al gebruikmaakten van de youngtimerregeling en slechts zeer beperkt de tijd hadden om te anticiperen op de wetswijziging (het amendement werd eind november 2025 aangenomen). Daarom wordt goedgekeurd dat voor het kalenderjaar 2026 het oude artikel 13bis Wet LB 1964 respectievelijk artikel 3.20 Wet IB 2001 (tekst 31 december 2025) mag worden toegepast, mits:

  1. de auto in 2025 meer dan 15 maar minder dan 16 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, en

  2. de auto uiterlijk 31 december 2025 ter beschikking is gesteld (loonbelasting) dan wel ter beschikking stond (inkomstenbelasting).

De goedkeuring is vormgegeven als keuzeregeling. Belastingplichtigen kunnen dus kiezen voor toepassing van het oude youngtimerregime (35% van de waarde in het economische verkeer) of voor de reguliere bijtelling op basis van de catalogusprijs indien dat voordeliger is.

De overgang geldt uitsluitend voor 2026. Per 1 januari 2027 wordt de leeftijdsgrens verhoogd naar 25 jaar en vervalt deze goedkeuring. Voor auto’s die in 2026 de leeftijd van 15 jaar bereiken, verandert niets: zij vallen niet onder de overgangsregeling.

Het besluit treedt in werking met ingang van 21 februari 2026 en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Het vervalt per 1 januari 2027, of eerder bij wettelijke codificatie.