CPB: lichte daling koopkracht

CPB: lichte daling koopkracht

Gegevens

Nummer
2026/272
Publicatiedatum
20 februari 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Algemeen

Het coalitieakkoord 2026-2030 verschuift de publieke middelen duidelijk richting defensie en klimaat, terwijl zorg en sociale zekerheid worden ingeperkt en de lasten op inkomen en arbeid stijgen.

Dat blijkt uit de analyse van het coalitieakkoord die het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben gepubliceerd.

De defensie-uitgaven lopen fors op om te voldoen aan de nieuwe NAVO-norm. Daartegenover staan aanzienlijke ombuigingen in de zorg, onder meer via verhoging van het eigen risico in de Zvw en besparingen in de langdurige zorg. Ook de sociale zekerheid wordt versoberd door verkorting van de WW-duur, tragere opbouw van rechten en lagere werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Per saldo stijgen de beleidsmatige lasten, vooral door beperkte indexatie van schijfgrenzen en heffingskortingen in de inkomstenbelasting en door hogere Aof-premies (de zogenoemde vrijheidsbijdrage). Hoewel de Zvw-premies dalen door lagere zorguitgaven, worden deze verlagingen grotendeels gecompenseerd door hogere belastingen. De koopkracht daalt daardoor licht ten opzichte van het basispad. Lagere inkomens ondervinden relatief meer nadeel, mede door het hogere eigen risico, en de inkomenszekerheid neemt af. Het aandeel mensen in armoede stijgt beperkt.

Hogere overheidsbestedingen compenseren lagere consumptiegroei van huishoudens. De werkgelegenheid stijgt licht, mede door verhoging van de AOW-leeftijd (een-op-eenkoppeling aan de levensverwachting), maar dit gaat gepaard met minder inkomensbescherming.

Het investeringsklimaat profiteert van extra publieke infrastructuur en een kapitaalstorting in een nationale investeringsinstelling, hoewel de halvering van het Toekomstfonds de financiering van startups kan beperken. Het woningaanbod neemt licht toe door subsidies voor betaalbare woningbouw en lastenverlichting voor woningcorporaties.

Op het terrein van klimaat en stikstof zet het akkoord een grotere stap dan het basispad. Extra SDE++-subsidies, stimulering van wind op zee en beëindigingsregelingen in de landbouw leiden tot meer emissiereductie. Ook wordt substantieel geïnvesteerd in stikstofreductie en natuurherstel, al blijven de doelen voor 2035 buiten bereik zonder nadere uitwerking.

CPB, 20 februari 2026