Collectieve uitspraak massaal bezwaar belastingrente Vpb
Collectieve uitspraak massaal bezwaar belastingrente Vpb
Gegevens
- Nummer
- 2026/306
- Publicatiedatum
- 25 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Vennootschapsbelasting/Dividendbelasting
- Relevante informatie
De inspecteur heeft een collectieve uitspraak gedaan op het massaal bezwaar tegen het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en enkele overige middelen vanaf 1 oktober 2020.
Aanleiding is het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, waarin het verhoogde rentepercentage onverbindend is verklaard.
Op 7 februari 2025 is een aanwijzing massaal bezwaar afgegeven voor bezwaren tegen het in rekening gebrachte verhoogde percentage belastingrente voor de Vpb en enkele andere middelen (artikel 25e AWR). Deze procedure is afgewacht in een proefprocedure (sprongcassatie) bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2024.
In zijn arrest van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 1, letter b, Besluit belasting- en invorderingsrente (Besluit BIR) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Dit artikel regelde het verhoogde rentepercentage voor de Vpb. De Hoge Raad acht deze bepaling onverbindend en bepaalt dat zij buiten toepassing moet blijven.
Als rechtsherstel moet worden teruggevallen op de algemene regel van artikel 1, letter a, Besluit BIR. Dat betekent dat voor de Vpb en de in de aanwijzing genoemde overige middelen het reguliere (niet-verhoogde) rentepercentage moet worden toegepast, gelijk aan het percentage dat geldt voor andere belastingen.
Naar aanleiding van dit arrest verklaart de inspecteur alle onder de aanwijzing vallende bezwaren gegrond. De betrokken beschikkingen belastingrente worden binnen zes maanden na kennisgeving verminderd tot het juiste (reguliere) niveau (artikel 25e, vierde lid, AWR).
Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open.