Niet aannemelijk dat structurele verliezen bron van inkomen vormen

Niet aannemelijk dat structurele verliezen bron van inkomen vormen

Gegevens

Nummer
2026/343
Publicatiedatum
3 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27258
Rubriek
Winst
Relevante informatie

Belanghebbende woont in 2020 in Nederland en ontvangt sinds 2016 een ‘Retirement pension for health reasons’ (RPHR) van het Europees Octrooibureau (EOB). Daarnaast drijft hij sinds 2007 twee eenmanszaken en geeft hij in de aangifte IB/PVV 2020 een negatief resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) op. Het negatieve ROW bestaat volgens belanghebbende hoofdzakelijk uit ‘verliezen uit onderneming’, huisvestingskosten en andere uitgaven. Ook claimt hij aftrek van scholingsuitgaven. De inspecteur corrigeert de aangifte en weigert de aftrek van het negatieve ROW en de scholingsuitgaven. Partijen zijn het eens over de toepassing van het Besluit pensioenen Internationale Organisaties, waardoor een deel van het pensioen tot het box 1-inkomen en een deel tot het box 3-inkomen wordt gerekend. Om die reden is het beroep gegrond.

In geschil is nog of belanghebbende recht heeft op aftrek van het negatieve ROW en de scholingsuitgaven. De rechtbank stelt voorop dat voor het aannemen van een bron van inkomen vereist is dat wordt deelgenomen aan het economische verkeer met het oogmerk voordeel te behalen en dat voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Omdat belanghebbende een negatief resultaat wil aftrekken, rust op hem de bewijslast om aannemelijk te maken dat een objectieve voordeelverwachting bestaat. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat in 2020 een positief resultaat uit zijn activiteiten te verwachten was, mede gezien de structureel negatieve resultaten in eerdere jaren en het ontbreken van concrete onderbouwing dat het tij zou keren. Ook voor de beleggingsactiviteiten is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een bron van inkomen, in lijn met eerdere uitspraken van het hof Den Haag (NTFR 2024/1335). De aftrek van het negatieve ROW is daarom terecht geweigerd. Ten aanzien van de scholingsuitgaven oordeelt de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat aan de wettelijke voorwaarden voor aftrek is voldaan, zodat ook deze aftrek terecht is geweigerd.

(Beroep gegrond.)