Inkomsten van Wereldbank vrijgesteld en daarom geen kostenaftrek

Inkomsten van Wereldbank vrijgesteld en daarom geen kostenaftrek

Gegevens

Nummer
2026/344
Publicatiedatum
3 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27263
Rubriek
Winst
Relevante informatie

Belanghebbende exploiteert sinds 2011 een eenmanszaak gericht op adviesverlening, kenniscentrum en training voor burgerlijke stand en identiteit. In 2016 sluit hij een overeenkomst met de Wereldbank als ‘Short Term Consultant’. De Wereldbank is een gespecialiseerde VN-organisatie. In de jaren 2016-2018 verricht hij vrijwel uitsluitend werkzaamheden voor de Wereldbank, waarvoor hij vergoedingen ontvangt. In 2018 ontvangt belanghebbende een kleine vergoeding van de Europese Unie. In zijn aangifte IB/PVV 2018 geeft belanghebbende een negatief resultaat uit onderneming op van € 5.873, naast een vrijgesteld inkomen als functionaris internationale organisatie van € 18.107. De inspecteur corrigeert het negatieve resultaat uit onderneming en stelt het box 1-inkomen vast zonder deze aftrek.

In geschil is of het aangegeven verlies als winst uit onderneming terecht is geweigerd. De rechtbank overweegt dat op grond van het besluit Positie short term consultants bij de Wereldbank, de door belanghebbende ontvangen inkomsten van de Wereldbank zijn vrijgesteld als loon uit dienstbetrekking. Dit betekent dat de met deze inkomsten gemoeide kosten niet aftrekbaar zijn. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat naast de werkzaamheden voor de Wereldbank sprake is van een bron van inkomen. Hij verricht in de relevante jaren nauwelijks andere werkzaamheden en noteert sinds 2015 alleen negatieve resultaten als winst uit onderneming. De rechtbank concludeert dat in 2018 geen sprake is van ondernemerschap in de zin van de Wet IB 2001 en dat het negatieve resultaat terecht niet in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het box 1-inkomen.

(Beroep ongegrond.)