Advies om jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling te heroverwegen

Advies om jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling te heroverwegen

Gegevens

Nummer
2026/346
Publicatiedatum
3 maart 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Successiewet
Relevante informatie

Een rapport met een evaluatie van de jaarlijkse ouder-kindvrijstelling beveelt aan om de hoogte van de vrijstelling in samenhang met de andere vrijstellingen binnen de schenkbelasting te heroverwegen.

De jaarlijkse ouder-kindvrijstelling in de schenkbelasting bedraagt in 2026 € 6.908, tegenover € 2.769 voor overige verkrijgers. De regeling bestaat sinds 1917 en had aanvankelijk twee doelen: het maatschappelijk onwenselijk achten van belasting op kleinere schenkingen tussen ouders en kinderen, en het voorkomen dat bijdragen uit hoofde van de wettelijke onderhoudsplicht belast zouden worden. In 2009 werd daar de zogenoemde ‘verwachtingswaarde’ aan toegevoegd: schenkingen van ouders worden minder als buitenkans gezien en daarom lager belast.

Het feitelijke gebruik is omvangrijk. Het totaal aantal schenkingen dat onder de hogere ouder-kindvrijstelling valt en waarbij het bedrag boven de algemene vrijstelling ligt, wordt geschat op circa 235.000 per jaar.

Vrijstellingsgrens

Een belangrijk deel van de schenkingen blijft onder de vrijstellingsgrens, waardoor geen aangifte hoeft te worden gedaan. Daarnaast worden jaarlijks ongeveer 12.000 à 14.000 zogenoemde papieren schenkingen gedaan ter hoogte van de vrijstelling, veelal met fiscale motieven.

Uit enquêteonderzoek blijkt dat fiscale motieven een belangrijke rol spelen. Veel schenkers geven aan te schenken om toekomstige erfbelasting te besparen of om jaarlijks fiscaal gunstig vermogen over te dragen Ongeveer één op de vijf schenkingen heeft uitsluitend een fiscaal motief. Schenken ter gelegenheid van een levensgebeurtenis of voor een specifiek bestedingsdoel wordt minder vaak genoemd.

De oorspronkelijke doelstelling om bijdragen uit de onderhoudsplicht niet te belasten is sinds 1981 grotendeels achterhaald, omdat deze uitgaven niet langer als schenking worden aangemerkt.

De doelmatigheid wordt als beperkt beoordeeld. De wetgever heeft de hoogte van de vrijstelling niet expliciet onderbouwd vanuit de oorspronkelijke doelen Bovendien lijkt voor veel schenkingen geen directe relatie te bestaan met de wettelijke zorgplicht, wat wijst op een aanzienlijke ‘deadweight loss’.

Heroverwegen

De evaluatie adviseert de hoogte van de ouder-kindvrijstelling te heroverwegen en deze in samenhang met andere vrijstellingen te bezien. Daarbij kan worden overwogen om de schenk- en erfbelasting minder afhankelijk te maken van verwantschap.

De uitkomsten van de evaluatie worden de komende tijd gewogen. Zoals beschreven in de begrotingsregels van dit kabinet geldt als uitgangspunt dat voor een negatief geëvalueerde fiscale regeling moet worden bezien of de regeling wordt afgeschaft, versoberd, hervormd of gemotiveerd gehandhaafd. In het tweede kwartaal van 2026 volgt een kabinetsreactie.

Evaluatierapport jaarlijkse schenkingsvrijstelling ouder-kindvrijstelling, nr. 2026-0000039674, Ministerie van Financiën, 2 maart 2026