Evaluatie gebruikelijkloonregeling
Evaluatie gebruikelijkloonregeling
Gegevens
- Nummer
- 2026/353
- Publicatiedatum
- 4 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
- Relevante informatie
Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe.
De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het hoogste van: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het hoogste loon van werknemers binnen de bv of het normbedrag (€ 58.000 in 2026)
Uit de eerdere evaluatie door SEO bleek dat de regeling doelmatig is, maar slechts deels doeltreffend. De werkelijke loonsom van dga’s bedraagt circa 80% van de geschatte correcte loonsom. Er ontbreekt goede informatie over het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, waardoor zowel dga’s als de Belastingdienst moeite hebben met een nauwkeurige vaststelling. Ook ervaren dga’s geen strikte handhaving. Daarnaast zitten relatief veel dga’s op of onder het normbedrag zonder dat dit volledig verklaarbaar is. Opvallend is dat het beperken en later afschaffen van de doelmatigheidsmarge nauwelijks tot loonstijgingen heeft geleid, waardoor ingeboekte belastingopbrengsten niet zijn gerealiseerd.
Uniforme waarderingsmethode
Het kabinet wil onderzoeken of een eenduidige, generieke waarderingsmethode kan worden ontwikkeld om het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking vast te stellen. Een dergelijke methode kan de voorspelbaarheid vergroten en de bewijslast verduidelijken. Er volgt daarom een haalbaarheidsonderzoek naar een uniforme functiewaarderingsmethode, die zowel door belastingplichtigen als door de Belastingdienst kan worden gebruikt
Daarnaast start de Belastingdienst een analyse van beschikbare data om beter inzicht te krijgen in de mate waarin de regeling correct wordt toegepast. Deze inzichten moeten bijdragen aan een gerichte handhavingsstrategie.
Geen verhoging of differentiatie normbedrag
De evaluatie bevatte ook beleidsopties om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren naar de loonsom van de bv. Het kabinet concludeert dat er momenteel weinig aanknopingspunten zijn voor een onderbouwde generieke verhoging. Het normbedrag van € 58.000 ligt vrijwel gelijk aan 125% van het modale inkomen en sluit daarmee aan bij eerdere uitgangspunten
Een differentiatie naar loonsom zou volgens het kabinet slechts een beperkte verbetering opleveren voor een relatief kleine groep dga’s en gaat ten koste van de eenvoud en doelmatigheid. Om die reden wordt aan deze opties geen verder gevolg gegeven.