Geen generieke uitzonderingen verbod op contante betalingen boven € 3.000
Geen generieke uitzonderingen verbod op contante betalingen boven € 3.000
Gegevens
- Nummer
- 2026/355
- Publicatiedatum
- 4 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
Minister Heinen bevestigt dat er geen generieke uitzonderingen gelden op het verbod op contante betalingen boven € 3.000. Wel wordt in de handhaving een beperkte uitzondering gemaakt voor aankopen buiten de EU.
In reactie op Kamervragen over het verbod op contante betalingen boven € 3.000, zoals opgenomen in het plan van aanpak witwassen, stelt de minister dat er geen sectorale uitzonderingen bestaan voor specifieke sectoren binnen de goederenhandel
Wel is in overleg met toezichthouder Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) afgesproken dat bij aankopen van goederen buiten de Europese Unie een uitzondering wordt gemaakt in de handhaving. Deze uitzondering is bedoeld om disproportionele gevolgen weg te nemen, zoals toegezegd tijdens de behandeling in de Eerste Kamer.
Concurrentiepositie en handhaafbaarheid
Volgens de minister hebben met name de voertuigen-, onderdelen- en metaalsector zorgen geuit over hun concurrentiepositie. Zij geven aan dat buitenlandse partijen, onder meer uit Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa, vaak contant betalen en mogelijk uitwijken naar landen zonder verbod, zoals Duitsland
De minister benadrukt echter dat uitzonderingen voor deze sectoren zouden leiden tot ‘ondermijning van de wet’ en ‘slechte handhaafbaarheid’
Het verbod is juist bedoeld om witwassen tegen te gaan, terwijl uit onderzoek blijkt dat deze sectoren een hoog witwasrisico kennen. Bovendien sluit een bredere uitzondering niet aan op de Europese antiwitwasverordening (AMLR), die vanaf juli 2027 een algemene limiet invoert zonder ruimte voor sectorale uitzonderingen binnen de EU.
Geen uitzondering bij exportverkopen
De minister erkent dat exportbedrijven problemen ervaren bij verkooptransacties aan partijen uit landen zonder goed werkende digitale betaalinfrastructuur Toch acht hij een uitzondering voor exportverkopen onwenselijk vanwege het hoge witwasrisico en de beperkte handhaafbaarheid. Een uitzondering zou volgens hem ‘een flinke maas in de wet veroorzaken’.
Binnen het huidige wettelijk kader is daarom geen bredere uitzondering mogelijk. Wel is in de wet vastgelegd dat binnen drie jaar na inwerkingtreding een verslag over de doeltreffendheid en effecten aan de Staten-Generaal wordt gestuurd. Daarbij zal ook worden stilgestaan bij eventuele nadelige effecten voor sectoren.