Is een minimum vermogensbelasting van 2% voor zeer vermogenden mogelijk?
Is een minimum vermogensbelasting van 2% voor zeer vermogenden mogelijk?
Gegevens
- Nummer
- 2026/368
- Publicatiedatum
- 9 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomsten uit vermogen/Inkomen uit sparen en beleggen
- Relevante informatie
Staatssecretaris Eerenberg gaat in op het voorstel voor een minimum vermogensbelasting van 2% voor zeer vermogende personen.
Tijdens het wetgevingsoverleg over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 vroeg het Kamerlid Stultiens (GL-PvdA) naar het voorstel van de Franse econoom Gabriel Zucman voor een wereldwijde minimumbelasting voor zeer vermogenden. In reactie daarop licht de staatssecretaris toe wat dit voorstel inhoudt en welke aandachtspunten daarbij spelen voor Nederland.
Het voorstel van Zucman houdt in dat huishoudens met een vermogen van € 100 miljoen of meer jaarlijks minimaal 2% van hun totale nettowaarde aan belasting betalen. Wanneer de daadwerkelijk betaalde belasting in een bepaald jaar lager uitkomt, moet het verschil worden aangevuld zodat de belastingdruk alsnog op dit minimumpercentage uitkomt. Zucman pleit idealiter voor een wereldwijde minimumbelasting, maar stelt dat landen deze ook unilateraal zouden kunnen invoeren. Om te voorkomen dat zeer vermogende personen emigreren naar landen zonder dergelijke belasting, stelt hij een verlengde belastingplicht na emigratie voor.
Uitdagingen voor invoering
Volgens de staatssecretaris brengt het voorstel verschillende uitdagingen met zich mee. Zo zijn betrouwbare schattingen van de potentiële opbrengst momenteel niet goed mogelijk. Voor een serieuze raming zijn keuzes nodig over de precieze vormgeving van de belasting en veronderstellingen over gedragseffecten. Bovendien ontbreekt vaak informatie over alle vermogens van zeer vermogende huishoudens, zoals buitenlands vermogen en de exacte nettowaarde daarvan.
Ook juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid hangen sterk af van de uiteindelijke vormgeving. Het bepalen van de waarde van vermogensbestanddelen, vooral wanneer vermogen in vennootschappen zit, kan complex zijn. Voor aandelen die niet op de beurs worden verhandeld bestaat vaak geen marktwaardering, terwijl deze wel jaarlijks gewaardeerd zouden moeten worden voor belastingheffing.
Internationale samenwerking
De staatssecretaris benadrukt dat internationale samenwerking essentieel is bij het effectief belasten van zeer vermogenden. Nederland zet zich daarom actief in voor internationale initiatieven om belastingontwijking tegen te gaan en transparantie over vermogens te vergroten. Zo heeft Nederland de OESO herhaaldelijk gevraagd dit onderwerp op te pakken en heeft het samen met Frankrijk aandacht gevraagd voor fiscaal voordelige regimes voor zeer vermogenden binnen de Europese Unie.
Volgens het kabinet is er internationaal momenteel geen meerderheid voor een wereldwijde vermogensbelasting zoals door Zucman voorgesteld. Daarom kiest Nederland voor een stapsgewijze aanpak, met nadruk op internationale samenwerking en betere informatie-uitwisseling over vermogens.
De belastingdruk van zeer vermogenden blijft volgens de staatssecretaris een belangrijk aandachtspunt. In Nederland zijn al verschillende maatregelen genomen om de belastingdruk op inkomen uit vermogen evenwichtiger te maken, waaronder wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de Wet excessief lenen en de invoering van een progressief tarief in box 2.