Rechtbank vernietigt deelnemersboete wegens vertrouwen op advies belastingadviseur

Rechtbank vernietigt deelnemersboete wegens vertrouwen op advies belastingadviseur

Gegevens

Nummer
2026/373
Publicatiedatum
9 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:10887
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is een in Nederland woonachtige particulier die via een vennootschapsstructuur, bestaande uit Nederlandse en Curaçaose vennootschappen, middellijk aandeelhouder is van diverse vennootschappen. De structuur is opgezet met advies van een gerenommeerd belastingadvieskantoor en een accountantskantoor, waarbij belanghebbende zich als fiscale leek op hun deskundigheid verlaat. In 2015 hebben drie Curaçaose vennootschappen geen aangifte vennootschapsbelasting in Nederland gedaan, waarna de inspecteur na onderzoek navorderingsaanslagen en boetes heeft opgelegd aan deze vennootschappen. Aan belanghebbende is vervolgens de in geschil zijnde vergrijpboete opgelegd omdat hij als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige zou hebben deelgenomen aan beboetbare gedragingen van de vennootschappen.

De rechtbank stelt voorop dat voor beboeting van feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige vereist is dat opzet of grove schuld bij belanghebbende wordt bewezen. De inspecteur verwijt de vennootschappen dat zij opzettelijk geen aangifte hebben gedaan en dat belanghebbende daaraan leiding heeft gegeven. De rechtbank overweegt echter dat de vennootschappen tot eind 2019 niet verplicht waren tot het doen van aangifte, omdat de inspecteur hen pas toen uitnodigde en vervolgens goedkeurde dat indiening achterwege kon blijven. Het verwijt van het niet doen van aangifte acht de rechtbank daarom onbegrijpelijk. Ook het verwijt van het verstrekken van onjuiste inlichtingen is onvoldoende onderbouwd. Voor zover sprake is van een verboden gedraging, acht de rechtbank niet bewezen dat belanghebbende opzet of grove schuld heeft gehad. Belanghebbende heeft zich laten adviseren door een gerenommeerd belastingadvieskantoor, heeft de benodigde zorg betracht en mocht op hun adviezen vertrouwen. Er is geen bewijs dat belanghebbende is gewaarschuwd dat zijn handelen tot Nederlandse belastingplicht zou leiden, noch dat hij zelf had moeten twijfelen aan de adviezen.

De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige kan worden aangemerkt en vernietigt de boete.

(Beroep gegrond).