Geen beter alternatief voor leeftijdsgrens startersvrijstelling

Geen beter alternatief voor leeftijdsgrens startersvrijstelling

Gegevens

Nummer
2026/388
Publicatiedatum
13 maart 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Belastingen van rechtsverkeer
Relevante informatie

Het kabinet wil bij nieuw fiscaal beleid nadrukkelijk aandacht blijven besteden aan de effecten op de woningmarkt. Staatssecretaris Eerenberg reageert op moties over de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting en de woningmarkteffecten van fiscaal beleid.

In de motie van het lid Vijlbrief wordt het kabinet verzocht te onderzoeken hoe de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting effectiever kan worden vormgegeven, in het bijzonder de leeftijdsgrens van 35 jaar.

Op basis van eerder verkennend onderzoek en de recente evaluatie van de differentiatie in de overdrachtsbelasting concludeert het kabinet dat geen beter alternatief voor de huidige leeftijdsgrens voorhanden is. Uit deze onderzoeken blijkt dat de leeftijdsgrens een praktische en uitvoerbare afbakening vormt van de doelgroep van de regeling.

Daarom ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding om de leeftijdsgrens van de startersvrijstelling aan te passen.

Kamerbrief inzake de motie-Vijlbrief over effectievere vormgeving van de startersvrijstelling, nr. 2026-0000061576, Ministerie van Financiën, 12 maart 2026