Voor voorwaardelijke betalingsverplichting uit fusieovereenkomst kan geen schuld of voorziening worden gevormd
Voor voorwaardelijke betalingsverplichting uit fusieovereenkomst kan geen schuld of voorziening worden gevormd
Gegevens
- Nummer
- 2026/402
- Publicatiedatum
- 13 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Vennootschapsbelasting/Dividendbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft een fusieovereenkomst gesloten op grond waarvan de kleindochter van belanghebbende de aandelen in een target verkrijgt tegen betaling aan de zittende aandeelhouders. Deze betalingsverplichting rust op belanghebbende – ook al verkrijgt zij slechts indirect de aandelen – en is renteloos. De fusieovereenkomst bevat verschillende opschortende voorwaarden. Hof Amsterdam (26 september 2023, ) heeft geoordeeld dat belanghebbende haar kleindochter heeft bevoordeeld doordat zij de betalingsverplichting op zich heeft genomen. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand. Verder overweegt de Hoge Raad dat voor de voorwaardelijke betalingsverplichting geen schuld kan worden gevormd omdat (nog) geen juridische afdwingbare verplichting bestaat. Dat is pas het geval als de opschortende voorwaarde is vervuld. Ook kan geen voorziening worden gevormd, omdat de onderhavige toekomstige betaling geen aftrekbare uitgave betreft, maar moet worden aangemerkt als een storting van informeel kapitaal en daarom moet worden bijgeboekt op de kostprijs van de deelneming in de dochtermaatschappij. Hieruit volgt ook dat passivering van oprentingslasten en ongerealiseerde valutaresultaten ter zake van de voorwaardelijke betalingsverplichting niet mogelijk is.