Verplichting fiscaal vertegenwoordiger bij nultarief accijnsgoederen discriminatoir
Verplichting fiscaal vertegenwoordiger bij nultarief accijnsgoederen discriminatoir
Gegevens
- Nummer
- 2026/409
- Publicatiedatum
- 16 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende is een naar Nederlands recht opgerichte bv die handelt in alcoholhoudende dranken. De goederen worden ingekocht, opgeslagen en verkocht in een accijnsgoederenplaats van een derde in Nederland, waarbij de administratie en financiële afwikkeling eveneens door deze derde worden verzorgd. De dga woont in het buitenland en belanghebbende heeft geen personeel in dienst. In de aangiften omzetbelasting past belanghebbende het nultarief toe op haar leveringen. De inspecteur legt naheffingsaanslagen op, omdat belanghebbende volgens hem niet in Nederland is gevestigd, geen vaste inrichting heeft en geen fiscaal vertegenwoordiger heeft aangesteld. In geschil is of belanghebbende terecht het nultarief heeft toegepast op haar leveringen van accijnsgoederen in een accijnsgoederenplaats, ondanks het ontbreken van een fiscaal vertegenwoordiger en bepaalde schriftelijke verklaringen. Het hof oordeelt, in afwijking van de rechtbank, dat belanghebbende niet in Nederland is gevestigd en hier ook geen vaste inrichting heeft. De centrale bestuurstaken worden uitgeoefend in het buitenland, waar de dga woont, en de operationele activiteiten in Nederland zijn onvoldoende voor vestiging of vaste inrichting in de zin van de btw. Het hof volgt de inspecteur niet in diens standpunt dat het nultarief alleen kan worden toegepast als een fiscaal vertegenwoordiger is aangesteld. Het verplicht stellen van een fiscaal vertegenwoordiger voor niet in Nederland gevestigde ondernemers is discriminatoir en niet gerechtvaardigd. Met het land van vestiging bestaat een rechtsinstrument voor wederzijdse bijstand. Het hof verwijst naar relevante jurisprudentie van het HvJ, waaruit volgt dat een algemeen vermoeden van fraude geen rechtvaardiging biedt voor een dergelijke verplichting en dat het nultarief niet mag worden geweigerd als aan de materiële voorwaarden is voldaan. Ook het ontbreken van bepaalde schriftelijke verklaringen staat toepassing van het nultarief niet in de weg, omdat vaststaat dat de goederen zich tijdens en na de levering in de accijnsgoederenplaats bevonden en aan de materiële voorwaarden is voldaan.
(Hoger beroep gegrond.)