Reactie op knelpunten sociale zekerheid en fiscaliteit
Reactie op knelpunten sociale zekerheid en fiscaliteit
Gegevens
- Nummer
- 2026/458
- Publicatiedatum
- 26 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomsten uit vermogen/Inkomen uit sparen en beleggen
- Relevante informatie
Het kabinet reageert op signalen over knelpunten in het stelsel van sociale zekerheid, waaronder de fiscale behandeling van letselschadevergoedingen.
In de reactie op de Dwarslaesie Organisatie Nederland wordt onder meer ingegaan op de fiscale gevolgen van letselschadevergoedingen. De vergoedingen in box 3 worden niet zelf belast, maar alleen het rendement dat ermee wordt behaald.
Geen vrijstelling voor letselschade in box 3
Het kabinet begrijpt dat een letselschadevergoeding “geen ‘extraatje’” is, maar bedoeld om noodzakelijke kosten te dekken. Toch ziet het kabinet geen aanleiding om een vrijstelling in box 3 in te voeren. Alleen het rendement – bijvoorbeeld rente op een bankrekening – wordt belast. Voor 2026 geldt een forfaitair rendement van 1,28%, waarover 36% belasting wordt geheven.
Als het werkelijke rendement lager is dan het forfait, kan gebruik worden gemaakt van de tegenbewijsregeling. In dat geval wordt alleen het lagere werkelijke rendement belast. Volgens het kabinet ligt het forfaitaire percentage bovendien dicht bij de actuele spaarrente.
Een voorgestelde geblokkeerde letselschaderekening wordt niet wenselijk geacht. Het rendement op vergelijkbare rekeningen, zoals derdengeldenrekeningen, wordt immers ook belast. Daarnaast zou een afwijkende behandeling kunnen leiden tot “oneigenlijk gebruik van een fiscale regeling”.
Gevolgen voor toeslagen al verdisconteerd
Ook voor inkomensafhankelijke regelingen ziet het kabinet geen reden voor een uitzondering. Bij het vaststellen van de hoogte van een letselschadevergoeding wordt volgens het kabinet al rekening gehouden met het mogelijke verlies van toeslagen. Dit voorkomt dat slachtoffers achteraf aanvullende verzoeken moeten indienen en biedt vooraf duidelijkheid over het beschikbare bedrag.
Daarnaast spelen uitvoeringsaspecten een rol. Een aparte rekening zou een complexe ‘volgsystematiek’ vereisen, waarbij uitgaven nauwkeurig moeten worden gevolgd. Dit zou administratieve lasten opleveren voor slachtoffers, financiële instellingen en de Belastingdienst.